Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Vérian Care & Clean B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Apeldoorn), 11 oktober 2017
ECLI:NL:RBGEL:2017:5535

werknemer/Vérian Care & Clean B.V.

Werkneemster heeft recht op een transitievergoeding omdat zij niet in aanmerking komt voor een voorziening als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit overgangsrecht transitievergoeding. Nu de vervaltermijn waarbinnen het verzoek tot toekenning van de transitievergoeding is verstreken, is werkgeefster schadeplichtig jegens werkneemster wegens schenden goed werkgeverschap.

Feiten

Werkneemster is in 1974 in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van Vérian Care & Clean B.V. (hierna: Vérian). Zij vervulde laatstelijk de functie van Verzorgingshulp B voor 37 uur per week tegen een loon van € 2.076,44 bruto. Op 11 februari 2016 heeft Vérian bij het UWV een ontslagaanvraag ingediend wegens bedrijfseconomische omstandigheden. De ontslagvergunning is op 8 maart 2016 verleend en de arbeidsovereenkomst is op 18 maart 2016 opgezegd tegen 1 juli 2016. Op 11 maart 2016 is werkneemster arbeidsongeschiktheid geraakt en sindsdien heeft zij niet meer gewerkt tot het einde van de arbeidsovereenkomst. Op de arbeidsovereenkomst was de cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg en Kraamzorg (hierna: cao VVT) van toepassing, waarin een wachtgeldregeling is opgenomen. Op 24 juni 2016 heeft een personeelsfunctionaris van Vérian aan werkneemster laten weten dat zij wachtgeld kon aanvragen en hiervoor aanvullende gegevens moest aanleveren. Bij brief 15 november 2016 heeft Vérian echter aan werkneemster medegedeeld dat zij geen recht heeft op een wachtgelduitkering omdat zij niet voldoet aan de voorwaarde van artikel 9.7 lid 1 onderdeel c van de cao VVT, te weten: dat zij een WW-uitkering van het UWV toegekend heeft gekregen. Werkneemster vordert thans onder meer betaling van een bedrag van € 67.602,93 bruto, hetgeen overeenkomt met de hoogte van de transitievergoeding. Aan de vordering legt zij ten grondslag dat zij door de mededelingen van Vérian niet binnen de wettelijke termijn een transitievergoeding heeft kunnen vorderen.

Oordeel

Geen aanspraak op wachtgelduitkering, maar wel op transitievergoeding

Werkneemster voert aan dat het Besluit overgangsrecht transitievergoeding (hierna: het Besluit) in haar geval niet van toepassing is, omdat zij een ZW-uitkering ontving en geen WW-uitkering. Zij had dan ook geen recht op een wachtgelduitkering, maar wel op een transitievergoeding. Vérian voert aan dat het Besluit wel op werkneemster van toepassing is en het hierbij niet uitmaakt of de wachtgelduitkering daadwerkelijk tot uitkering komt. De kantonrechter overweegt in dit verband als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat de wachtgeldregeling van de cao VVT een ‘voorziening’ is als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit. Dit betekent dat werkneemster, indien zij recht heeft op een wachtgelduitkering, geen recht heeft op een transitievergoeding omdat de wachtgeldregeling voorrang heeft. Op zitting is echter komen vast te staan dat werkneemster geen recht heeft op wachtgeld, omdat zij niet voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 9.7 van de cao VTT. Zij heeft immers geen WW-uitkering, maar een ZW-uitkering ontvangen. Naar het oordeel van de kantonrechter volgt dan ook uit de tekst van artikel 2 lid 1 van het Besluit dat werkneemster recht heeft op een transitievergoeding.

Schadeplichtigheid wegens schending goed werkgeverschap

De vervaltermijn waarbinnen werkneemster een verzoek tot toekenning van een transitievergoeding had moeten indienen wordt vastgesteld op 2 oktober 2016. Dat werkneemster indiening binnen deze termijn aan zich voorbij heeft laten gaan, is een omstandigheid die volgens de kantonrechter voor rekening en risico van Vérian komt. In dit verband is met name van belang dat Vérian ten onrechte bij werkneemster de indruk heeft gewekt dat toekenning van het wachtgeld afhankelijk was van de door werkneemster in te zenden gegevens, terwijl zij wist dan wel had moeten weten dat werkneemster hier helemaal geen recht op had. Door werkneemster vervolgens eerst ná het verstrijken van de vervaltermijn op de hoogte te stellen van het feit dat zij geen wachtgeld zou ontvangen, heeft Vérian zich niet als goed werkgeefster gedragen, waardoor zij schadeplichtig is jegens werkneemster. De omvang van de schade wordt vastgesteld op de hoogte van de transitievergoeding en bedraagt € 66.340 bruto.