Femke_laaglandF.G. Laagland
Het Nederlandse stakingsrecht en de vrijheid van vestiging:­ de ultimum-remediumtoets in volle glorie hersteld
 

VAAN AR Updates week 52 2012

Bijgaand treft u de laatste AR Updates over 2012 aan (week 51/52). Het totaal aantal AR Updates in 2012 is daarmee ruimschoots de 1125 uitspraken gepasseerd.

Herhaaldelijk schenden van controlevoorschriften en ontslag op staande voet
Op de valreep van 2012 krijgt de Hoge Raad de kans duidelijkheid te scheppen over de vraag of herhaaldelijke schending van controlevoorschriften kan leiden tot ontslag op staande voet of dat toch ook dan de Vixia/Gerrits-leer met zich brengt dat het sanctiearsenaal van 7:629 BW uitputtend is. Een discussiepunt waarover literatuur en rechtspraak verdeeld blijven. De Hoge Raad verwerpt evenwel het cassatieberoep op dit punt onder verwijzing naar artikel 81 RO (AR 2012-1100).
Het Hof Den Haag (AR 2012-1119) oordeelde in diezelfde week dat het stelselmatig niet-meewerken aan de re-integratie wel degelijk kan leiden tot een ontslag op staande voet. Artikel 7:629 lid 3 BW heeft ter zake geen exclusieve werking.

Kennelijk onredelijk ontslag: CBS verliest van ArbeidsmarktResearch B.V.
Graag wijzen wij u op AR 2012-1104. In deze uitspraak wordt door de kantonrechter aan berekening verwachte werkloosheidsduur door ArbeidsmarktResearch BV zwaarder gewicht toegekend dan aan berekening door CBS. ArbeidsmarktResearch weegt meer variabelen, dan het CBS. Vervolgens wordt ook invulling gegeven aan het uitstroompercentage en de gevolgen voor de hoogte van de vergoeding.

Vereniging CDA mag forfaitaire onkostenvergoedingen van partijleden terugvorderen wegens strijdigheid artikel 99 Gemeentewet. Terugvordering niet in strijd met artikel 6:248 BW
Volgens de Hoge Raad (AR 2012-1101) komt de Vereniging CDA een terugvorderingsrecht toe ten aanzien van uitbetaalde forfaitaire onkostenvergoedingen wegens onverschuldigde betaling op grond van strijdigheid met artikel 99 Gemeentewet. Het verweer van eiseres dat terugvordering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, dan wel dat op grond van artikel 2:16 BW haar dit gebrek niet kan worden toegerekend, faalt. Vanaf 2013 zullen soortgelijke discussies in de rechtspraak zich voordoen ten aanzien van bovenwettelijke bezoldiging na inwerkingtreding van de Wet Normering Topinkomens (WNT).

Verlengde opzegtermijn is een ‘voorziening ex artikel 7:681 BW'
Volgens het Hof Den Bosch dient een extra lange opzegtermijn (in casu 4,5 maanden bovenop de wettelijke opzegtermijn) te worden aangemerkt als een voorziening in de zin van artikel 7:681 BW en in mindering te worden gebracht op de 681-vergoeding (AR 2012-1115).

CAO ‘werkt' pas na aanmelding minister ex artikel 4 Wet op de Loonvorming, vorderingsrecht vakbond op grond van 3:305a BW
Het aantal uitspraken waarin artikel 4 WLV, meer in het bijzonder de rechtsgevolgen van het verzuimen of verlaat aanmelden van de cao, centraal staat, is op een hand te tellen. In het arrest van het Hof Den Bosch (AR 2012-1106) wordt overwogen dat zolang de aanmelding (kennisgeving van ontvangst) niet heeft plaatsgevonden, het stelsel van artikel 9-12-13 maar ook 15 en 16 Wet CAO geen werking hebben. De vakbonden moeten dan hun procesbevoegdheid ontlenen aan artikel 3:305a BW. Over deze problematiek is onder meer geschreven door E. Verhulp, Terugwerkende kracht van cao-bepalingen, in: R.M. Beltzer & E. Verhulp, Capita selecta CAO-recht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2012.

Fictieve opzegtermijn 2013
Zoals eerder aangegeven heeft de Wet vereenvoudiging regelingen UWV tot gevolgen voor de berekening van de fictieve opzegtermijn van de WW. De fictieve opzegtermijn wordt in de Wet vereenvoudiging regelingen UWV gekoppeld aan het begrip arbeidsuur (art. 1a WW), dat nader wordt uitgewerkt in de ministeriële regeling: Gelijkstellingsregeling arbeidsuren (de regelingen waarin voorheen het begrip gewerkte uren of weken werd gedefinieerd in het kader van de WW/WIA zijn komen te vervallen, er is nu één regeling). Deze regeling is gepubliceerd in Stcrt. 2012, 26779. In art. 1 sub c jo art. 2 is de fictieve opzegtermijn opgenomen. Voor uw gemak hebben wij de regeling opgenomen in de website. Klik hier om de regeling te bestuderen.



Download PDF

Rechtspraak

Updates