Frank_dekker_72dpiF.M. Dekker
Voorwaardelijke ontbinding in hoger beroep
 

VAAN AR Updates week 4 2017

AR Annotatie: Klare taal van de Hoge Raad
Graag wijzen wij u op de nieuwe AR Annotatie van Pascal Kruit bij de Mediant-beschikking (AR 2016-1482) waarin de Hoge Raad ‘klare taal’ heeft gesproken over de (on)mogelijkheden van de voorwaardelijke ontbinding onder de WWZ. In deze annotatie duidt Kruit de beschikking voor de rechtspraktijk (wat kan nog wel en wat kan niet meer?), geeft hij tips voor de te bewandelen strategie en gaat hij in op de vraag of de Mediant-beschikking ook voor andersoortige procedures (voorwaardelijke ontbinding bij onzekerheid over overgang van onderneming, kwalificatie en ketenregeling). Ook gaat hij in op de toepasselijkheid van het bewijsrecht in ontbindingsprocedures en de gevolgen daarvan. Klik hier om de annotatie te lezen.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

Artikel 11 EVRM geeft vakbond geen eigenstandige rechtsgang
In AR 2017-0066 (en AR 2017-0067) oordeelt de Hoge Raad in de Europees Octrooi Organisatie-zaak. De EOO stelde zich op het standpunt dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht had over het voorliggende geschil tussen haar en de vakbond over de invulling van een nieuwe bedrijfsregeling. Volgens het hof kwam EOO geen beroep op immuniteit van jurisdictie toe, wegens het feit dat de door de EVRM gewaarborgde rechten ‘manifestly deficient’ zouden zijn. De Hoge Raad oordeelt anders. Volgens de Hoge Raad is het feit dat individuele werknemers wel een alternatieve rechtsgang wordt geboden, maar vakbonden niet, voldoende om de rechten van werknemers geborgd te achten. Uit de rechtspraak van het EHRM (zie met name EHRM 2 oktober 2014, 32191/09, r.o. 58-60 (ADEFDROMIL)) kan niet zonder meer worden afgeleid dat de vrijheid van vakvereniging als bedoeld in artikel 11 lid 1 EVRM mede een eigen recht van vakbonden inhoudt op toegang tot de rechter. Noch het ESH, noch ILO Conventies 87 en 98 voorzien met zoveel woorden in een recht van vakbonden op toegang tot de rechter. De stelling dat een procedure bij de ILO-commissie jaren zou duren, werd niet doorslaggevend geoordeeld.

Billijke vergoeding van bijna 1,5 ton voor statutair bestuurder wegens ontbreken van redelijke grond
In AR 2017-0051 oordeelt de rechtbank dat het ontslag van de statutair bestuurder (46 jaar oud en 7 jaar in dienst) elke redelijke grond ontbeert. De werkgever heeft na de burn-out van werknemer enkel ingezet op ‘exit’. De h-grond is niet aan de orde. Een en ander leidt tot toekenning van een billijke vergoeding van € 141.500 naast de transitievergoeding van € 27.513.

Onterecht ontslag op staande voet van zieke werknemer die nevenwerkzaamheden verricht: artikel 7:629 gaat voor op artikel 7:677 BW
In AR 2017-0073 oordeelt het hof over de vraag of werknemer terecht op staande voet is ontslagen omdat zij tijdens haar ziekteverlof wel in haar eigen bedrijf werkzaamheden heeft verricht. Het hof wijst op het primaat van artikel 7:629 BW en het toe te passen sanctiearsenaal. Slechts indien van bijkomende omstandigheden sprake is, kan artikel 7:677 BW worden gehanteerd. In hoger beroep stelt het hof vast dat herstel niet meer mogelijk is vanwege een te verstoorde arbeidsverhouding. De billijke vergoeding wordt vastgesteld op € 45.000. Daarin wordt de schade gecompenseerd voor het niet kunnen herstellen van de arbeidsovereenkomst en uitdrukkelijk ook een zeker punitief element aan de billijke vergoeding toegevoegd.
Red.: vergelijk ook AR 2017-0043 waarin een billijke vergoeding van € 50.000 werd toegekend wegens eveneens een vermeende schending van het verbod op nevenactiviteiten.

Geen verrekening (art. 6:127 BW) na verstrijken vervaltermijn
Volgens het hof kan na verstrijking van de vervaltermijn geen beroep meer worden gedaan op verrekening. In artikel 6:127 lid 2 BW is bepaald dat een schuldenaar de bevoegdheid heeft tot verrekening, wanneer hij een prestatie te vorderen heeft die beantwoordt aan zijn schuld jegens dezelfde wederpartij en hij bevoegd is zowel tot betaling van de schuld als tot het afdwingen van de betaling van de vordering. Werkgever had de bevoegdheid tot verrekening niet meer toen zij de verrekeningsverklaring uitbracht; door het verstrijken van de vervaltermijn was het recht op de gefixeerde schadevergoeding teniet gegaan (AR 2017-0068).

Stelselmatig niet halen van (redelijke) targets: d-grond
Volgens het hof is het structureel niet halen van omzettargets voldoende om van een d-grond te kunnen spreken. Het feit dat het verbetertraject na drie sessies is geëindigd wegens het gebrek aan ontwikkeling van zelfreflectie, leidt niet tot een ander oordeel. Herplaatsing kan niet van de werkgever worden verwacht, nu werknemer ook in andere functies als sales manager de targets niet zou halen (AR 2017-0072).

Strijdigheid Arbeidstijdenwet wegens combinatie van dienstverbanden: h-grond
In AR 2017-0052 oordeelt de kantonrechter dat de werkgever terecht ontbinding verzoekt op de h-grond indien de combinatie van parttime dienstverbanden leidt tot overtreding van de Arbeidstijdenwet.

Wie is vinder van gevonden voorwerpen op het werk: werkgever of werknemer?
In AR 2017-0071 staat de vraag centraal of de ruime € 15.000 door de werknemer gevonden aan werkgever moet worden afgedragen. Werknemer vond dit geldbedrag terwijl hij in het kader van zijn werkzaamheden een oude – aan het vuil aangeboden –printer aan het demonteren was. Volgens werkgever diende werknemer het bezit van deze goederen over te dragen aan werkgever. Het hof gaf werkgever gelijk.

AR Poll
Precies de helft is het eens met de stelling: ‘Het meerjarig tijdelijk contract is gewenst.’
De nieuwe stelling luidt: ‘Er dient duidelijkere regulering te komen voor private opsporingsdiensten (bedrijfsrecherche).’ Breng hier uw stem uit.

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het telefoonnummer 0343-430600 of via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ar-updates@budh.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.



Download PDF

Rechtspraak