Frank_dekker_72dpiF.M. Dekker
Voorwaardelijke ontbinding in hoger beroep
 

VAAN AR Updates week 9 2017

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

Wet maakt – hoe schrijnend ook – geen onderscheid tussen grote en kleine werkgevers. H-grond mag niet dienen om aan de werking van artikel 7:629 BW te ontkomen
In AR 2017-0222 doet de werkgeefster een wanhopige poging onder de loondoorbetaling ex artikel 7:629 BW uit te komen door zich te beroepen op de h-grond. Werkgeefster – destijds een goede vriend van werknemer – heeft werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangeboden zonder proeftijd. Nog voordat de arbeidsovereenkomst aanvangt, meldt werknemer zich ziek. Werknemer heeft geen, althans geen hele, dag gewerkt en werkgeefster, niet verzekerd voor de gevolgen van ziekte van werknemer, diende wel direct zijn loon door te betalen. Partijen hadden geen rekening gehouden met dit scenario. Werkgeefster doet thans een ontbindingsverzoek op de e-, g- en h-grond. De kantonrechter wijst het verzoek af vanwege het opzegverbod. De kantonrechter heeft nota genomen van de persoonlijke brief van werkgeefster over wat dit haar als (piep)kleine werkgever, persoonlijk en zakelijk doet, maar de wet maakt qua verplichting en duur van de loondoorbetaling geen onderscheid tussen grote werkgevers en kleine werkgevers. Werkgeefster dient het loon door te betalen volgens artikel 7:629 BW en kan in dit geval niet onder die verplichting uit komen door ontbinding te vragen op de ‘h-grond’. Het moeilijk of niet kunnen voldoen aan de loondoorbetalingsverplichting valt volledig in de risicosfeer van werkgeefster.

Nieuwe arbeidsovereenkomst met verkrijger na overgang van onderneming leidt niet tot nieuwe keten ex artikel 7:668a BW
In AR 2017-0213 staat de vraag centraal of het sluiten van een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bij de verkrijger, leidt tot een schakel in de keten van artikel 7:668a BW. In dit geval werd door de verkrijger bij arbeidsovereenkomst vastgelegd wat de gevolgen van de overgang van onderneming voor werknemer zouden zijn. Naar het oordeel van de rechter ontstaat geen nieuwe schakel in de keten. Van belang achtte de rechter dat in dit geval de oorspronkelijke einddatum van het contract bij de vervreemder werd gerespecteerd.

Geen arbeidsovereenkomst ondanks sterke formele gezagsverhouding, vanwege bewuste keuze voor ondernemerschap
In AR 2017-0215 oordeelt de kantonrechter over de vraag of tussen de vervoerder en werkverschaffer een arbeidsovereenkomst of vervoersovereenkomst tot stand is gekomen. Op grond van de omstandigheden van het geval komt de kantonrechter tot de conclusie dat de vervoerder bewust en op eigen initiatief gekozen heeft voor het zelfstandig ondernemerschap. Het feit dat werkverschaffer gedetailleerde instructies gaf ten aanzien van het werk en op de naleving daarvan toezag, hetgeen op zichzelf alle kenmerken heeft van een gezagsverhouding, weegt in het onderhavige geval niet op tegen de overige omstandigheden (btw-betaling, MKB-regeling, KvK-nummer). Er is aldus geen sprake van een arbeidsovereenkomst.

Ontbinding wegens wanprestatie ex artikel 7:686 BW
In AR 2017-0216 oordeelt de kantonrechter over een 686-verzoek. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een tekortkoming in de nakoming is slechts toewijsbaar in gevallen van ernstige wanprestatie, namelijk een wanprestatie van zodanige aard dat zij het ingrijpende gevolg van een ontbinding van de overeenkomst kan rechtvaardigen. Bij dit uitgangspunt is deze ontbinding volgens de Hoge Raad veeleer op één lijn te stellen met de beëindiging van de dienstbetrekking wegens een dringende reden (zie HR 20 april 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1092). Ter zitting heeft werkgever toegelicht dat sprake is van een ernstige tekortkoming in de nakoming door werknemer doordat hij heeft geweigerd om op 25 januari 2016 zijn werkzaamheden te hervatten. Tijdens telefonisch contact met werknemer d.d. 17 februari 2016 heeft werkgever hem meegedeeld dat hij terug naar Nederland moet komen om arbeid te verrichten, maar werknemer gaf aan dat hij geenszins van plan is om naar Nederland terug te keren om zijn werkzaamheden te komen verrichten. De kantonrechter kwalificeert deze handelwijze van werknemer als het hardnekkig weigeren te voldoen aan een redelijk bevel of opdracht, welke de arbeidsovereenkomst hem oplegt (werkweigering), hetgeen op één lijn kan worden gesteld met een dringende reden (art. 7:678 lid 2 aanhef en onderdeel j BW). De arbeidsovereenkomst zal derhalve worden ontbonden met ingang van heden, zonder toekenning van een vergoeding.

AR Poll
Maar 29% is het eens met de stelling: ‘De preventieve toets dient te worden losgelaten.’
De nieuwe stelling luidt: ‘Minimumtarieven in cao’s voor zzp’ers moeten kunnen.’
Breng hier uw stem uit.

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het telefoonnummer 0343-430600 of via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ar-updates@budh.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.



Download PDF

Rechtspraak