Gerdien_van_der_voetG.W. van der Voet
Annotatie bij HR 30 juni 2017 (Lunet Zorg/De Biezenrijt c.s.):­ De Hoge Raad oordeelt in de geest van de wet ten aanzien van de regeling inzake de vergoeding van de kosten van door de cliëntenraad gestarte rechtsgedingen
 

VAAN AR Updates week 28 2017

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

Hoge Raad (art. 81 RO): geen ambtshalve omzetting onregelmatige opzegging in loonvordering
In AR 2017-0861 treffen we een aantal interessante overwegingen aan in de conclusie van A-G Hartkamp bij het artikel 81 RO-arrest van de Hoge Raad. Allereerst volgt uit de enkele omstandigheid dat de werkgever het loon staakt niet dat sprake is van een opzeggingshandeling.
Daarnaast acht de A-G een ambtshalve aanvulling van rechtsgronden – van onregelmatige opzegging in een loonvordering over de resterende duur van de arbeidsovereenkomst – niet mogelijk, omdat voor een loonvordering de bereidverklaring is vereist. Op werknemer rust de bewijslast dat hij daadwerkelijk bereid is (geweest) arbeid te verrichten.
Ten slotte gaat de A-G in op de vraag of de positie van bestuurder van invloed mag zijn op het ‘gevolgencriterium’ (hoge bomen, vangen veel wind). Naar het oordeel van de A-G is dit een relevante omstandigheid.
De Hoge Raad doet de zaak af op artikel 81 RO.

Interne registratie van werknemers die tijdens het verrichten van werkzaamheden misstappen begaan is in beginsel niet onrechtmatig
In AR 2017-0849 oordeelt de rechter dat registratie van werknemers in het ‘Negatieve Ontbindings Registratie-systeem’ niet onrechtmatig is. Werknemer vorderde op last van een dwangsom dat zijn registratie van ‘verdenking van oplichting’ werd verwijderd en een schadevergoeding werd betaald. Volgens de rechter heeft een werkgever belang bij registratie van incidenten op de werkvloer van interne en externe medewerkers. Van belang achtte de rechter dat deze informatie alleen de werkgever toekwam (en niet derden zoals werknemer stelde).

Dat werknemer niet voldoet aan eenzijdig verzwaarde functie-eisen leidt niet zonder meer tot disfunctioneren. Eisen voldoen niet aan concrete en objectieve maatstaven
In AR 2017-0851 staat de vraag centraal of sprake is van een d- of h-grond, indien de werkgever een kwaliteitsslag wenst te maken en voortaan voor een bepaalde functie een examen afneemt waarbij een drempelscore verlangd wordt van  3,0 op een schaal van 4,0 (equivalent aan een 7,5 op een schaal van 10). De rechter oordeelt als volgt. Indien de werkgever door het verscherpen van de functie-eisen in het kader van een kwaliteits- en efficiëntieslag de lat hoger wil leggen, is een dergelijke eenzijdige functiewijziging enkel binnen de grenzen van goed werkgever- en werknemerschap mogelijk. Daarbij dient te worden voldaan aan de in de Taxi Hofman- en Stoof/Mammoet-arresten geformuleerde criteria. Voorts heeft de werkgever niet voldaan aan de eis van objectieve maatstaven bij het afnemen van een examen en is het arbitrair om te eisen dat alleen een 3,0 voldoende zou zijn om te slagen voor het examen, temeer nu een examinator heeft verklaard dat een 2,9 in het geval van werknemer voldoende is.

Werkgever mag zieke werknemer niet verplichten tot controle Nederlandse bedrijfsarts
In AR 2017-0856 oordeelt de kantonrechter dat op grond van de EU-verordening werknemers niet kunnen worden verplicht een deskundigenoordeel (art. 7:629a BW) te overleggen, indien hun gewoonlijk woonland niet Nederland is. De kantonrechter leidt uit het bepaalde in artikel 27 lid 1, in verbinding met artikel 87 lid 1 en lid 2 van de Toepassingsverordening af, dat PCPC niet van werknemer mocht verlangen dat hij zich naar het werkland (Nederland) zou begeven om zich aldaar door de bedrijfsarts te laten onderzoeken.

Werkgever is niet verplicht werknemer met vakantie te sturen; werknemer is verantwoordelijk voor vakantieopname
Tussen partijen is in geschil of de vakantiedagen over 2013 en 2014 zijn vervallen. Gelet op het bepaalde in artikel 7:638 BW in samenhang met artikel 7:640a BW zijn de aanspraken op de vakantiedagen over 2013 en 2014 komen te vervallen. In artikel 7:640a BW is bepaald dat de aanspraak op het minimum, bedoeld in artikel 7:634 BW, vervalt zes maanden na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is verworven, tenzij werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest vakantie op te nemen. Daarvan is geen sprake. Op de werkgever rust niet de verplichting werknemer met vakantie te sturen, het opnemen van vakantie is de verantwoordelijkheid van werknemer (AR 2017-0857).

AR Poll
Ruim 88% is het eens met de stelling: ‘Ik verwacht dat de billijke vergoedingen hoger zullen gaan uitpakken.’
De nieuwe stelling luidt: ‘Vakantieverlofregistratie en -uitbetaling gaan in de praktijk vaak mis.’ Breng hier uw stem uit.

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het telefoonnummer 0343-430600 of via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ar-updates@budh.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.



Download PDF

Rechtspraak