Femke_laaglandF.G. Laagland
Het Nederlandse stakingsrecht en de vrijheid van vestiging:­ de ultimum-remediumtoets in volle glorie hersteld
 

VAAN AR Updates week 38 2017

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

Hof van Justitie EU: Bevoegde rechter in Ryanair-zaken. Rechter van land waar of van waaruit werknemer gewoonlijk werkt mede op basis van ‘thuisbasiscriterium’
In AR 2017-1126 oordeelt het Hof van Justitie EU over de vraag of de Belgische rechter bevoegd is kennis te nemen van arbeidsgeschillen tussen werknemers en Ryanair. De centrale vraag is of werknemers die vanaf Charleroi (België) vlogen aldaar ‘gewoonlijk werkzaam’ zijn of dat in dit geval Ierland als gewoonlijk werkland moet worden aangemerkt. Meer in het bijzonder staat de vraag centraal of aansluiting bij het begrip ‘thuisbasis’. De ‘thuisbasis’ wordt in de Europese wetgeving over burgerluchtvaart gedefinieerd als ‘de locatie die door de exploitant aan het bemanningslid is aangewezen en waar het bemanningslid in de regel een dienstperiode of een reeks dienstperioden aanvangt en beëindigt, en waar, onder normale omstandigheden, de exploitant niet verantwoordelijk is voor de accommodatie van het bemanningslid in kwestie’. Bij de betrokken Ryanair-werknemers was deze thuisbasis Charleroi. Als criteria die in dit specifieke geval kunnen worden aangewend om de ‘plaats van gewoonlijke tewerkstelling’ te bepalen, verwijst het Hof van Justitie in eerste instantie naar een aantal criteria, dat het in eerdere rechtspraak over de vervoerssector al aanhaalde (Koelzsch en Voogsgeerd):
•    In welke staat bevindt zich de plaats van waaruit de werknemer zijn transportopdrachten verricht.
•    Naar welke plaats keert de werknemer terug na zijn opdrachten.
•    Waar ontvangt de werknemer instructies voor zijn opdrachten en organiseert hij zijn werk.
•    Op welke plaats bevinden zich de arbeidsinstrumenten.
Het Hof van Justitie wijst erop dat specifiek voor het boordpersoneel van luchtvaartmaatschappijen de ‘thuisbasis’ een belangrijke aanwijzing vormt om de ‘plaats van gewoonlijke tewerkstelling’ te bepalen. Het Hof van Justitie stelt echter eveneens dat de ‘thuisbasis’ niet kan worden gelijkgesteld met de ‘plaats van gewoonlijke tewerkstelling’, zodat voor het bepalen van die ‘plaats van gewoonlijke tewerkstelling’ met alle feitelijke elementen rekening moet worden gehouden.

Hoge Raad: Werkgever heeft waarschuwingsplicht (art. 7:611 BW) bij waardeoverdracht pensioen
In AR 2017-1108 oordeelt de Hoge Raad over de vraag of uit het goed werkgeverschap voortvloeit dat werkgever werknemers waarschuwt voor risico’s bij waardeoverdracht van pensioenen (van een eindloonpensioenregeling op een beschikbarepremieregeling). Gelet op de vérgaande consequenties van de waarde-inbreng voor het gehele pensioen van verweerders – namelijk het blootstellen van het gehele pensioen aan de genoemde risico’s – behoorde werkgeefster in het kader van de uit het goed werkgeverschap voortvloeiende waarschuwingsplicht, na te gaan of verweerders zich daadwerkelijk realiseerden dat door de waarde-inbreng de risico’s zouden gelden voor hun gehele pensioen. Dat verweerders een vrijwillige keuze hadden, maakt dit niet anders; de waarschuwingsplicht heeft immers juist tot doel bescherming te bieden tegen het lichtvaardig maken van een eigen keuze in situaties als de onderhavige. Het oordeel van het hof geeft dan ook geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep op grond van artikel 81 RO.

Billijke vergoeding wegens verwijtbaarheid naar boven toe afgerond, gefixeerde schadevergoeding en transitievergoeding cumuleren met billijke vergoeding
In AR 2017-1119 oordeelt de kantonrechter over het ontslag van een werkneemster zonder grond (ten onrechte ontslag op staande voet). Volgens de kantonrechter is de arbeidsovereenkomst geen levensverzekering en zou de arbeidsovereenkomst nog zeker acht jaar hebben voortgeduurd. Het gemis aan loon over de periode bedraagt € 293.621,76. Op dit bedrag wordt in mindering gebracht de WW- en WOVO-gelden. De te derven inkomsten zakken dan naar € 72.809,85. Een deel van de transitievergoeding zal moeten worden aangewend voor ‘omscholing/verweringskosten’. Dit deel mag niet in mindering worden gebracht op de transitievergoeding. Het restant ad € 6.252,65 komt in mindering op de hiervoor becijferde schade als gevolg van het ontslag zodat een schade resteert van € 66.557,20. Dit bedrag zal de kantonrechter meenemen in de hoogte van de billijke vergoeding. Op grond van ‘hetgeen hiervoor is overwogen, mede in aanmerking genomen de mate van verwijtbaarheid van Martinuscollege’ stelt de kantonrechter de billijke vergoeding vast op € 80.000 bruto. Daar komen nog bij de transitievergoeding (€ 26.252,65 bruto) en gefixeerde schadevergoeding (€ 11.010,82 bruto).

Wet inschakeling werkzoekenden leidt niet tot overgang formeel werkgeverschap
In AR 2017-1121 oordeelt het hof over de vraag of de invoering van de Wet inschakeling werkzoekenden ertoe leidt dat werknemers die voorheen bij de stichting Werkbij ‘automatisch’ bij de gemeente in dienst zijn getreden. Dat krachtens artikel 24 WIW de arbeidsovereenkomst met de banenpool thans wordt aangemerkt als een ‘dienstbetrekking op grond van de WIW’ – en dat onder het begrip ‘dienstbetrekking’ in de WIW wordt verstaan: een dienstbetrekking met de gemeente – betekent niet noodzakelijkerwijs dat de wetgever met voornoemd artikel heeft beoogd om reeds bestaande arbeidsovereenkomsten met een banenpool als werkgever te wijzigen. Uit de parlementaire geschiedenis volgt zulks evenmin. Op dit punt had het – gelet op de rechtszekerheid voor betrokken werknemers – voor de hand gelegen dat de overgang van het werkgeverschap van de banenpool naar de gemeente expliciet in de wet zou zijn vermeld, maar ook hiervan is naar het oordeel van het hof geen sprake. Volgens het hof heeft de wetgever dan ook kennelijk bedoeld dat de gemeente louter vanaf de inwerkingtreding van de WIW de formele werkgever van WIW-werknemers zal worden.

AR Poll
Slechts een kleine 8% is het eens met de stelling: ‘Werkgevers geven meer invulling aan scholingsplicht sinds invoering van artikel 7:611a BW.’
De nieuwe stelling luidt: ‘Gefixeerde schadevergoeding dient in mindering te worden gebracht op de billijke vergoeding voor zover het gederfd loon betreft.’
Breng hier uw stem uit.

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het telefoonnummer 0343-430600 of via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ar-updates@budh.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.



Download PDF

Rechtspraak