Rechtspraak
Werkneemster (geboren in 1956) is op 1 november 1971 in dienst getreden in de functie van administratief medewerkster bij (de rechtsvoorganger van) Fortis te Delft. In 2001 valt werkneemster uit wegens ziekte. Fortis heeft op 26 mei 2003 aan de CWI toestemming gevraagd om het dienstverband met werkneemster te mogen opzeggen. Werkneemster was toen ruim twee jaar arbeidsongeschikt en er bestond geen uitzicht op verbetering.
Werkneemster vordert een schadevergoeding op grond van kennelijke onredelijke opzegging. Zij stelt dat haar arbeidsongeschiktheid het gevolg is van de werkomstandigheden. Zij wijst erop dat als gevolg van (voornamelijk) de laatste fusie de werkdruk toenam, er een chaotische situatie op de werkvloer ontstond en steeds meer werk op haar bordje terecht kwam. Zij is hierdoor uiteindelijk uitgevallen met burn-out en RSI, welke laatste klachten echter door de bedrijfsarts werden genegeerd, waardoor zij te vroeg is gedwongen tot re-integratie. Volgens het hof is van een causaal verband tussen de werkzaamheden en de klachten geen sprake. Fortis heeft zijn zorgplicht (ex artikel 7:658) niet geschonden. Wel acht het hof gezien de overige omstandigheden van het geval (de leeftijd, onberispelijk gedrag, lange dienstverband en arbeidsmarktperspectieven) een schadevergoeding van € 40.000 billijk. Volgt vernietiging van het vonnis van de rechtbank.