Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 februari 2012
ECLI:NL:RBBRE:2012:BV3846
werknemer/Rentokil Initial BV
Werknemer is in 1973 in dienst getreden van Rentokil, laatstelijk in de functie van servicemedewerker. Als gevolg van knie- en hartklachten is werknemer arbeidsongeschikt geraakt. De arbeidsdeskundige van het UWV heeft geoordeeld dat werknemer volledig arbeidsongeschikt is voor zijn aangepast werk. Na verkregen toestemming heeft Rentokil de arbeidsovereenkomst opgezegd. Werknemer stelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Hij beroept zich op het gevolgencriterium.
De kantonrechter oordeelt dat niet is gebleken dat Rentokil onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. Dit blijkt ook uit het feit dat gesteld noch gebleken is dat het UWV Rentokil een loonsanctie heeft opgelegd omdat zij haar re-integratieverplichtingen jegens werknemer niet zou zijn nagekomen. Het beroep van werknemer op het arrest Hoedjes/VWTI (HR 21 mei 2010, JAR 2010/163) faalt. Dit arrest, waarin sprake was van een bedrijfseconomisch ontslag van een boventallig geworden werknemer met lichamelijke beperkingen, ziet op een andere situatie dan de onderhavige. De stelling van werknemer dat Rentokil op grond van het arrest Goldsteen/Roeland (HR 13 december 1991, NJ 1992, 441) verplicht zou zijn om voor werknemer een functie te creƫren waarbij zij zelfs zover dient te gaan om haar organisatie te wijzigen indien dit noodzakelijk is voor werknemer om aangepaste werkzaamheden te kunnen verrichten, deelt de kantonrechter evenmin. Ook in het daar berechte geval ging het om een andere situatie. Voorts treft Rentokil geen enkel verwijt van de arbeidsongeschiktheid. Hoewel de gevolgen van het ontslag voor werknemer groot zijn, zijn deze onvoldoende om te oordelen dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Vastgesteld wordt dat de financiƫle situatie van werknemer, hoewel niet bepaald rooskleurig, geen enkele relatie heeft met de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Rentokil. Ruim voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst is de loonbetaling al gestopt vanwege het verstrijken van de loondoorbetalingsverplichting van 104 weken. Volgt afwijzing van de vordering.