Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 september 2011
ECLI:NL:RBMID:2011:BU4530
Vlissingse Bootliedenwacht BV/werknemer
Werknemer is sinds 2008 als schipper/bootsman in dienst van de Vlissingse Bootliedenwacht (hierna: VBL). Na vastgelopen cao-onderhandelingen is door FNV Bondgenoten in december 2010 een staking uitgeroepen, waaraan ook werknemer heeft deelgenomen. Inzet was een nieuw werkrooster. Na gesprekken met de actievoerders heeft VBL geweigerd vijf actievoerders, onder wie werknemer, tot het werk toe te laten. Bij brief van 21 april 2011 is werknemer op staande voet ontslagen. De vorderingen van werknemer tot wedertewerkstelling en loondoorbetaling zijn toegewezen. Thans verzoekt VBL (voorwaardelijke) ontbinding wegens een vertrouwensbreuk.
De kantonrechter oordeelt als volgt. VBL stelt het vertrouwen in werknemer te hebben verloren, doordat werknemer heeft aangegeven te willen participeren in een nieuw op te richten bootsliedenbedrijf. Er is echter niet gebleken dat werknemer actief betrokken is bij de oprichting van het nieuwe bedrijf. Bovendien verliest VBL uit het oog dat het oprichten van een nieuw bootsliedenbedrijf zonder bijkomende omstandigheden niet onrechtmatig is jegens VBL. Het besluit van VBL dat de arbeidsovereenkomst met werknemer hoe dan ook zal moeten eindigen, houdt rechtstreeks verband met het feit dat werknemer aan een staking heeft deelgenomen. Dit rechtstreekse verband staat aan ontbinding in de weg. Dat zou neerkomen op een sanctie achteraf op het deelnemen aan een rechtmatige collectieve actie door werknemer. Dat is volstrekt in strijd met het ESH en staande jurisprudentie. Weliswaar is de arbeidsrelatie tussen de directie van VBL en werknemer ernstig verstoord, maar dat is geheel te wijten aan de onbuigzame opstelling van die directie. Het mag niet zo zijn dat een arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op het machtswoord van de werkgever, die de werknemer die aan een staking heeft deelgenomen, niet meer in zijn bedrijf wil terugplaatsen, terwijl hij daar objectief bezien geen grond voor heeft. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.