Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Pensioenfonds Fortis Bank Nederland c.s.
Gerechtshof Den Haag, 18 september 2012
ECLI:NL:GHSGR:2012:BX8419

werknemer/Stichting Pensioenfonds Fortis Bank Nederland c.s.

Uitleg pensioenreglement en indexeringclausule. Gerechtvaardigde verwachtingen gewekt na fusie pensioenfondsen

Werknemer (geboren 1923) is van 1959 tot en met 1987 in dienst geweest van de Nederlandsche Credietbank. Op het moment dat werknemer met pensioen ging gold voor hem het pensioenreglement van het Pensioenfonds NCB. In artikel 20 van dit pensioenreglement staat een zogenoemde inflatiecorrectie. Werknemer vordert thans nakoming van artikel 20.

Het hof oordeelt als volgt. Aangezien artikel 20 bepaalt dat aanspraak bestaat op niet meer indexering dan het in de cao voorziene percentage, brengt dat naar het oordeel van het hof – anders dan werknemer heeft betoogd – mee dat artikel 20 geen bescherming biedt tegen het bij de voor de toepassing van dat artikel relevante cao bepalen van een lager indexpercentage dan de in artikel 20 vermelde geschoonde prijsindex. Het hof merkt hierbij op dat bepaald niet is uit te sluiten dat artikel 20 wat dit betreft nu juist daartoe diende, gelet op de begin jaren tachtig opgetreden loonmatiging, waardoor de loonindex lager kon uitvallen dan de prijsindex. Bij gebreke van enige loonaanpassing kan dat percentage dus (in beginsel) ook nul zijn. Het hof wijst er overigens op dat in artikel 20 niet is vermeld dat het moet gaan om een in de cao vermelde loonindex; er is niet meer vermeld dan dat bij cao een lager percentage voor de aanpassing kan worden bepaald dan de in artikel 20 vermelde prijsindex. De indexering van de ingegane pensioenen enzovoort is in artikel 20 derhalve in handen van cao-partijen gelegd. Wel is het hof met werknemer van mening dat uit een eerder schrijven na fusie van verschillende pensioenfondsen blijkt dat werknemer ten minste recht heeft op een indexering met een bepaalde ondergrens. Volgt aanhouding voor nadere bewijsvoering.