Rechtspraak
werknemer/Cofely Services B.V.
Werknemer is in 1980 bij Cofely in dienst getreden in de functie van specialist regel- en koeltechniek. Cofely is een bedrijf dat zich bezighoudt met het technisch beheer van en onderhoud aan technische installaties. Cofely heeft werknemer bij brief van 17 december 2004 bevestigd dat hij die dag op staande voet is ontslagen omdat hij systematisch moedwillig werkzaamheden zou hebben geschreven en gedeclareerd die hij niet had verricht. Werknemer heeft zich vervolgens in december 2004 ziek gemeld. Hij heeft de nietigheid van het hem gegeven ontslag op staande voet ingeroepen. Bij beschikking van 20 april 2005 heeft de kantonrechter het voorwaardelijke ontbindingsverzoek van Cofely afgewezen. Cofely heeft het werknemer gegeven ontslag op staande voet ingetrokken en hem opgeroepen op 15 juni 2005 het werk te hervatten. Op 15 juni 2005 heeft werknemer zich wederom ziek gemeld. Na de ziekmelding op 15 juni 2005 heeft werknemer voor halve dagen aangepaste werkzaamheden (als magazijnmedewerker) verricht, hij was voor 50% arbeidsongeschikt. Van 22 september 2005 t/m 17 oktober 2005 is werknemer opgenomen geweest in het psychiatrisch ziekenhuis Parnassia (afdeling crisisinterventie) wegens forse psychosociale problemen in zowel de relationele als de professionele sfeer met secundair depressieve klachten. Sedertdien is werknemer voor 100% arbeidsongeschikt. Cofely heeft op 3 augustus 2007 de CWI verzocht de arbeidsovereenkomst met werknemer te mogen opzeggen. De CWI heeft op 9 oktober 2007 de gevraagde toestemming verleend. Bij brief van 18 oktober 2007 heeft Cofely het dienstverband met werknemer opgezegd tegen 31 januari 2008. Thans vordert werknemer schadevergoeding wegens het onrechtmatig – als slecht werkgever – handelen van Cofely ten tijde van het ontslag op staande voet. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen.
Het hof oordeelt als volgt. Cofely heeft als slecht werkgever gehandeld door werknemer op staande voet te ontslaan (daags nadat werknemer nog een goede beoordeling had gekregen). De reden voor het ontslag bleek aan werkgever zelf te wijten. Immers, het was vast gebruik onder het personeel en de leidinggevende dat indien een werknemer naar een klant ging die geen installatie meer had, deze uren als zogenoemde ‘vuluren’ werden genoteerd. Pas na het ontslag van werknemer is in dit beleid wijziging gebracht. Het feit dat Cofely het ontslag heeft ingetrokken, doet ook vermoeden dat Cofely hiervan op de hoogte is (was). Cofely is derhalve toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen die uit de arbeidsovereenkomst voortvloeien. Vaststaat voorts dat werknemer, die voorafgaande aan het ontslag op staande voet door problemen in de privésfeer al in een labiele geestestoestand verkeerde, na het (naar in dezen moet worden aangenomen) onterecht gegeven ontslag op staande voet, gedecompenseerd is. Dat het ontslag op staande voet en de nasleep ervan op de psyche van werknemer hebben ingewerkt en hebben bijgedragen (een ‘belangrijke trigger’) aan de uiteindelijke decompensatie van werknemer, blijkt onder meer uit de brieven van de behandelend psychiater van werknemer van 28 februari 2005, 13 september 2005 en 10 december 2007, alsmede uit de brief van de huisarts van werknemer van 22 augustus 2005. Nu aannemelijk is dat er causaal verband is tussen de toerekenbare tekortkoming en de decompensatie, is vervolgens de vraag aan de orde of een en ander tot schade aan de kant van werknemer geleid heeft. Waar het in dezen om een vordering tot verwijzing naar de schadestaatprocedure gaat, kan de discussie op dat punt beperkt blijven tot de mogelijkheid van door werknemer geleden schade als gevolg van het gegeven ontslag. Die mogelijkheid acht het hof alleszins aanwezig nu werknemer door de decompensatie blijvend is uitgevallen voor het arbeidsproces met vermindering van inkomsten tot gevolg.