Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam, 11 maart 2013
ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ4291
PVT Stichting Beeldende Kunst Amsterdam/Stichting Beeldende Kunst Amsterdam
Op 21 december 2012 is een aantal personeelsleden van Stichting Beeldende Kunst (hierna: SBK) bij elkaar gekomen om de oprichting van een PVT of een ondernemingsraad te initiëren. Op 25 januari 2013 heeft SBK voor 18 van de 42 medewerkers een ontslagvergunning aangevraagd. Op 1 februari 2013 zijn de medewerkers geïnformeerd over de reorganisatie en over het feit dat hun arbeidsplaats zou komen te vervallen. De eerste bijeenkomst van de PVT met (de directeur van) SBK is op 5 februari 2013 gehouden. Thans is in geschil of de PVT medezeggenschapsrechten heeft met betrekking tot de reorganisatie en de ontslagaanvragen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Op basis van artikel 35c lid 3 jo. artikel 35b lid 5 WOR komt een personeelsvertegenwoordiging adviesrecht toe ten aanzien van een besluit dat kan leiden tot verlies van ten minste een vierde van de arbeidsplaatsen in de onderneming. Dat in casu sprake is van een zodanig besluit, staat vast. Bij meer dan voldoende medewerkers bestond de behoefte aan de oprichting van een personeelsvertegenwoordiging. Dat de werknemers feitelijk zelf een personeelsvertegenwoordiging hebben opgericht, impliceert niet dat de PVT niet rechtsgeldig is opgericht en/of geen medezeggenschapsrechten bezit. Het verweer van SBK dat de PVT nog niet was opgericht toen zij de ontslagvergunning aanvroeg en zij dus niet gehouden was advies te vragen wordt gepasseerd. Het is niet goed denkbaar dat SBK op de dag dat de ontslagvergunningen werden aangevraagd niet wist dat de PVT reeds was of binnen enkele dagen werd opgericht. Bovendien, ook in het geval de PVT inderdaad nog niet was opgericht en/of SBK niet met de oprichting van de PVT bekend was, heeft SBK de medezeggenschapsrechten van haar medewerkers veronachtzaamd. Immers, op grond van het bepaalde in artikel 35b lid 5 WOR (én als goed werkgever) had SBK alle medewerkers vóór het indienen van de ontslagaanvragen omtrent de voorgenomen reorganisatie dienen te horen, hetgeen zij niet heeft gedaan. SBK heeft in strijd met haar verplichtingen eerst de aanvragen ingediend en pas daarna de werknemers hiervan op de hoogte gesteld. Advies is niet gevraagd. SBK zal derhalve worden bevolen de ontslagvergunningen in te trekken. Tevens zal SBK worden verboden – voor zover de ontslagvergunningen reeds zijn verleend – daarvan gebruik te maken.