Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland, 13 maart 2013
ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ5418
werknemer/Stichting Zuid Oost Zorg
Werkneemster is sinds 17 december 1979 in dienst van (een rechtsvoorgangster van) Stichting Zuid Oost Zorg (hierna: ZOZ), laatstelijk in de functie van doktersassistente/radiologisch laborante. ZOZ heeft in de loop van 2012 besloten tot de invoering van c.q. deelname aan een zogenaamd Anderhalflijnscentrum, een samenwerking tussen diverse (afzonderlijke) partijen in de zorgwereld. De functie van werkneemster is hierdoor komen te vervallen. Partijen hebben veelvuldig gecorrespondeerd over een andere passende functie. Nadat werkneemster de functie van tandartsassistente heeft geweigerd, is zij met behoud van loon vrijgesteld van werkzaamheden. Werkneemster stelt dat sprake is van een non-actiefstelling. Thans vordert zij wedertewerkstelling in haar oude functie.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Er bestaat geen juridisch relevant onderscheid tussen een vrijstelling van werkzaamheden van een werknemer en het op non-actief stellen van een werknemer. De vordering tot wedertewerkstelling dient beoordeeld te worden aan de hand van de algemene maatstaf van artikel 7:611 BW. Deze maatstaf brengt in het algemeen gesproken mee dat de toewijsbaarheid afhangt van de aard van de dienstbetrekking, van de overeengekomen arbeid en van de bijzondere omstandigheden van het geval (vgl. HR 12 mei 1989, NJ 1989, 801). In dit geval is de non-actiefstelling niet gerechtvaardigd. Werkneemster heeft een dienstverband van ruim 33 jaar, terwijl zij goed heeft gefunctioneerd. Nu haar functie is komen te vervallen, rustte op ZOZ als goed werkgever de verplichting om een andere passende functie voor werkneemster te zoeken. Van ZOZ had als goed werkgever mogen worden gevergd dat zij werkneemster in afwachting van het vinden van een andere passende functie, intern dan wel extern, in een werkende situatie had gelaten. ZOZ heeft ook op geen enkele wijze onderbouwd dat er zwaarwegende redenen zijn, waardoor niet gevergd kan worden dat zij werkneemster nog langer op het werk duldt. Het feit dat werkneemster een aanbod voor een andere passende functie (tandartassistente) niet heeft aanvaard, is daartoe onvoldoende. Nu de bedongen arbeid van werkneemster is komen te vervallen, is wedertewerkstelling in haar oude functie niet mogelijk. De vorderingen worden derhalve afgewezen. Het verdient aanbeveling dat partijen, met inachtneming van elkaars gerechtvaardigde belangen en zich daarbij opstellend als goed werkgever en werknemer, op korte termijn in gesprek gaan over een andere passende functie voor werkneemster, binnen ZOZ dan wel extern, teneinde de periode dat werkneemster niet aan het werkproces deelneemt, zo kort mogelijk te houden.