Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland, 13 maart 2013
ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ6725
werkneemster/Vof Geboortecentrum Wonderwereld Kraamzorg
Werkneemster is sinds 2005 op basis van een oproepovereenkomst als kraamverzorgende in dienst van Wonderwereld. Werkneemster is niet verplicht aan oproepen gehoor te geven. Op de arbeidsovereenkomst is van toepassing de algemeen verbindend verklaarde CAO Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg 2010 (hierna: CAO VTT). Artikel 3.1.17 lid 1 van de CAO VTT bepaalt: ‘De inval-/oproepkracht werkzaam bij een kraamzorginstelling waarmee een nulurencontract is overeengekomen, heeft, na verloop van de eerste zes maanden van een dergelijk contract, geen recht op loondoorbetaling tijdens de perioden waarin hij door de werkgever niet is opgeroepen om werkzaamheden te verrichten, zulks conform het bepaalde in artikel 7:628 lid 7 BW.’ Tot september 2010 heeft werkneemster gemiddeld (afgerond) 10 dagen per maand en (afgerond) 59 uren per maand gewerkt. In september 2010 is een geschil tussen partijen ontstaan, waarna werkneemster niet meer heeft gewerkt. Kern van het geschil is de vraag of werkneemster vanaf september 2010 recht heeft op loon op grond van het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW.
De kantonrechter beantwoordt deze vraag, gelet op het bepaalde in artikel 3.1.17 lid 1 van de CAO VTT, ontkennend. Geoordeeld wordt dat in dit artikellid uitdrukkelijk is bepaald dat na ommekomst van zes maanden de door werkneemster bedoelde aanspraak in dit geval niet bestaat. Vaststaat immers dat sprake is van een nulurencontract en dat Wonderwereld een kraamzorginstelling is. Voor zover werkneemster meent dat artikel 7:610b BW meebrengt dat geen sprake meer is van een oproepcontract, wordt zij hierin niet gevolgd. Het enkele feit dat op basis van artikel 7:610b BW een rechtsvermoeden van een bepaalde arbeidsomvang kan bestaan, brengt niet mee dat geen sprake meer is van een oproepovereenkomst. Daar komt bij dat werkneemster niet weersproken heeft dat haar in 2011 een vast contract is aangeboden, maar dat zij dit om haar moverende redenen van de hand heeft gewezen. Werkneemster kan dan ook geen aanspraak maken op loon over uren die zij niet heeft gewerkt.