Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Sensire/werknemer
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 14 maart 2013
ECLI:NL:RBMNE:2013:2680

Stichting Sensire/werknemer

Ontbinding arbeidsovereenkomst manager. Resultaatsverbetering blijft uit en partijen verschillen te veel van mening over managementstructuur. Contractuele vergoeding die in arbeidsovereenkomst is overeengekomen, is in dit geval billijk

Werknemer is sinds 2010 in dienst van Sensire als Manager Wonen met Zorg. Het dienstverband geldt thans voor onbepaalde tijd. In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat werknemer bij beëindiging van de dienstbetrekking op initiatief van Sensire aanspraak maakt op een schadevergoeding van ten minste twee maandsalarissen (tenzij sprake is van handelen in de zin van artikel 7:677 BW en 7:678 BW). Voor ieder door werknemer gewerkt jaar na een dienstverband van drie jaar zal de schadevergoeding met één maand worden verhoogd tot maximaal eenmaal het laatstgenoten jaarinkomen. Thans verzoekt Sensire ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Sensire verwijt werknemer dat hij geen resultaatsverbetering tot stand heeft weten te brengen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Over de feiten en de waardering daarvan verschillen partijen van mening. Er bestaat onder meer verschil van inzicht over de door werknemer voorgestelde managementstructuur. Dit heeft tot spanningen tussen X en werknemer geleid, spanningen waar inmiddels een groot deel van de organisatie onder te lijden heeft. Die situatie kan niet langer meer voortduren, zodat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden.

Sensire heeft betoogd dat in dit geval al een vergoeding is overeengekomen, neergelegd in artikel 10 van de arbeidsovereenkomst. Werknemer heeft aangevoerd dat deze contractuele vergoeding los moet worden gezien van een eventuele ontbindingsvergoeding. De kantonrechter acht deze uitleg van werknemer niet aannemelijk gelet op de tekst van de overeenkomst en de eigen verklaring van werknemer ter zitting dat hij had gevraagd om een goudenhanddrukregeling althans een minimumvergoeding bij een mogelijk kort dienstverband. De kantonrechter dient dan evenwel alsnog de vraag te beantwoorden of die contractuele vergoeding haar billijk voorkomt (ECLI:NL:HR:2004:AO1939). Deze vraag wordt bevestigend beantwoord, hoewel de vergoeding daarmee onder C=1 uitkomt. Werknemer heeft ter zitting erkend tegen een directe medewerker van hem te hebben gezegd dat hij met één been buiten stond c.q. op de schopstoel zat. Hiervan treft werknemer een verwijt, omdat was afgesproken dat partijen vertrouwelijk zouden omgaan met hun mogelijke scheiding en omdat het – zoals werknemer zelf zegt – zijn voornaamste taak was om rust in de organisatie te brengen. Conform de bepaling in de arbeidsovereenkomst wordt een vergoeding van € 24.742,66 bruto toegekend.