Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/BCC (Elektro-Speciaalzaken) B.V.
Rechtbank Noord-Holland, 1 augustus 2013
ECLI:NL:RBNHO:2013:6142

werknemer/BCC (Elektro-Speciaalzaken) B.V.

Het gooien van een beker warme koffie in het gezicht van een collega is, gelet op alle omstandigheden, geen geldige dringende reden voor ontslag op staande voet

Werknemer is werkzaam bij BCC. Werknemer is op staande voet ontslagen wegens agressief gedrag jegens een collega: hij heeft een beker warme koffie in het gezicht van zijn collega gegooid. BCC stelt werknemer al eerder te hebben gewaarschuwd voor zijn agressieve gedrag. Het door BCC ingediende ontbindingsverzoek is afgewezen. Thans beroept werknemer zich op de vernietigbaarheid van het ontslag. Hij vordert loon.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Niet in geschil is dat werknemer de inhoud van een beker koffie in het gezicht van zijn collega heeft gegooid. Dit is gebeurd nadat de collega, die buiten stond te roken aan de voorkant van het pand, weigerde zijn been voor de sensor weg te halen zodat de deur dicht zou gaan en werknemer geen last zou hebben van de rook. De schriftelijke waarschuwing uit 2010 is te lang geleden om nog gewicht in de schaal te leggen bij het thans gegeven ontslag op staande voet. Dat zou slechts anders kunnen zijn als zou blijken dat in de periode tussen die schriftelijke waarschuwing en november 2012 nog sprake is geweest van waarschuwingen aan werknemer die BCC ook aan het ontslag ten grondslag heeft gelegd, hetgeen niet het geval is. Bovendien ligt het op de weg van BCC om werknemer te begeleiden indien zij van oordeel is dat diens gedrag te wensen overlaat. Dit geldt temeer nu werknemer al 22 jaar in dienst is en kennelijk tot de waarschuwing in 2010 altijd naar tevredenheid heeft gefunctioneerd. Het geven van waarschuwingen zonder het geven van begeleiding en/of andere aanwijzingen is niet voldoende. Bij dit alles heeft te gelden dat het ook op de weg van BCC ligt om een strikt rookbeleid te volgen en te handhaven. In dat licht beschouwd valt niet in te zien waarom een aantal van haar medewerkers voor de ingang van haar pand roken met de buitendeur open, terwijl voor dat doel een aparte voorziening aanwezig is. Mede gelet op het feit dat het bekend is dat werknemer om gezondheidsredenen een felle tegenstander is van roken in het pand, dient BCC ervoor te zorgen dat rokers van die voorziening gebruik maken. Ten slotte zijn de gevolgen van het ontslag op staande voet voor werknemer, gelet op het lange dienstverband en zijn eenzijdige werkervaring, in verhouding tot het belang van BCC bij voorkoming van de onderhavige gedraging van werknemer, te ernstig om het ontslag te rechtvaardigen. BCC had er onder de gegeven omstandigheden voor moeten kiezen een minder zwaarwegende maatregel tegen werknemer te treffen. Volgt toewijzing van de loonvordering.