Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 19 augustus 2013
ECLI:NL:RBAMS:2013:5507
werkgever c.s./Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid
Werkgever was van oorsprong een puur agrarisch bedrijf, dat gaandeweg loonwerk en grondwerkzaamheden is gaan verrichten. Werkgever heeft zeven werknemers in dienst. Tussen werkgever en de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid is in geschil of werkgever verplicht is tot deelname in Bpf Bouw.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Zoals voor de comparitie overwogen, geldt tussen partijen als afbakeningscriterium dat als de loonsom voor de werkzaamheden behorende tot de werkingssfeer van het Verplichtstellingsbesluit Landbouw meer dan 50% van de totale loonsom uitmaakt, de onderneming in zijn geheel moet deelnemen in Bpf Landbouw en indien meer dan 50% van de loonsom wordt besteed aan werkzaamheden, behorend tot de werkingssfeer van het Verplichtstellingsbesluit Bouwnijverheid werkgever behoort tot Bpf Bouw. Eerst wordt beoordeeld of bepaalde bedrijfsactiviteiten van werkgever onder de werkingssfeer van het Verplichtstellingsbesluit Bouwnijverheid vallen. Voorop gesteld wordt dat het Verplichtstellingsbesluit dient te worden uitgelegd conform de cao-norm. Werkgever maakt de grond bouwrijp in de letterlijke zin van het woord. Er wordt niets gebouwd. Feitelijk wordt met de activiteiten van werkgever (het afgraven, vervoeren en terugplaatsen van grond) slechts een natuurterrein of een groenvoorziening in stand gehouden. Werkgever opereert niet in de bouwsector, voert geen bouwwerken uit en het zijn ook geen werkzaamheden die als voorbereiding op een bouwwerk dienen te gelden. Daar waar op grond van een strikt taalkundige uitleg de activiteiten van werkgever mogelijk (deels) onder de letterlijke tekst van artikel 1.A.2.a lid 2 of lid 13 van het Verplichtstellingsbesluit Bouwnijverheid zouden kunnen worden gebracht, brengt een redelijke, objectieve en systematische uitleg van de betrokken bepaling en het onlogische gevolg waartoe de zijdens Bpf Bouw voorgestane interpretatie zou leiden mee, dat deze activiteiten van werkgever niet vallen onder de definities van dit besluit en werkgever dus niet verplicht is deel te nemen in Bpf Bouw. Daarmee kan een verdere toerekening van de bij werkgever verloonde bedragen buiten beschouwing blijven. Voor recht wordt verklaard dat werkgever niet onder de werkingssfeer van de verplichtstelling van Bpf Bouw valt.