Naar boven ↑

Rechtspraak

FNV Bondgenoten/Greif Nederland B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 oktober 2013
ECLI:NL:GHARL:2013:7691

FNV Bondgenoten/Greif Nederland B.V.

Overeenstemming GOR en stilzitten werknemers betekenen niet dat sprake is van (stilzwijgende) instemming met ‘salary freeze’. Evenmin sprake van geldig beroep op artikel 6:248 en 6:258 BW

Bij Greif ontvangen werknemers die nog niet de eindschaal hebben bereikt, bij goed functioneren ‘in principe’ een periodiek. In januari 2009 kondigt Greif een ‘salary freeze’ af, inhoudende dat enkel de loonsverhogingen in de cao worden doorgevoerd, maar niet de extra periodiek. Greif meent daartoe gerechtigd te zijn, nu de Groepsondernemingsraad daarmee heeft ingestemd. Voorts meent Greif dat werknemers die in 2009 geen periodiek hebben ontvangen, stilzwijgend hebben ingestemd met de afgekondigde maatregel. De vakbond (FNV) vordert nakoming van de cao. Greif stelt zich op het standpunt dat naast instemming van de werknemers, ook sprake is van artikel 6:248 en 6:258 BW.

Het hof oordeelt als volgt. Greif heeft aan haar beroep op artikel 6:248 lid 2 BW – dat inhoudt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat FNV Bondgenoten van Greif verlangt dat zij de met FNV Bondgenoten gesloten overeenkomst (het Protocol) ook over 2009 nakomt – geen andere feiten en/of omstandigheden ten grondslag gelegd dan aan haar beroep op artikel 6:258 BW. Nu er geen omstandigheden zijn welke van dien aard zijn dat FNV Bondgenoten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen ongewijzigde nakoming van het Protocol mag verwachten, gaat ook het beroep van Greif op artikel 6:248 lid 2 BW niet op. De winst van Greif over 2008 en 2009 is dermate hoog dat niet geoordeeld kan worden dat de kosten van de extra periodiek (slechts 1% van de winst) ongewijzigde voortzetting onaanvaardbaar maken. Ook de stelling dat sprake is van instemming met de salarisverlaging, waardoor FNV Bondgenoten geen belang meer heeft bij haar vordering, faalt.