Naar boven ↑

Rechtspraak

SKON Kinderopvang B.V./werkneemster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 22 november 2013
ECLI:NL:RBMNE:2013:5969

SKON Kinderopvang B.V./werkneemster

Oude en nieuwe functie regiomanager zijn niet onderling uitwisselbaar, maar beide functies zijn wel passend voor werkneemster. Een zorgvuldige en objectieve selectiewijze voor nieuwe functie ontbreekt. Afwijzing ontbindingsverzoek

Werkneemster (62 jaar) is op 1 maart 1978 in dienst van (de rechtsvoorganger van) SKON Kinderopvang B.V. (hierna: SKON) getreden. Laatstelijk is zij werkzaam in de functie van regiomanager. SKON is een van de drie BV’s binnen de holding Kinderopvang Nederland B.V. (hierna: KN). KN heeft besloten te reorganiseren, waardoor een nieuwe organisatiestructuur wordt ingevoerd. Aan werkneemster is kenbaar gemaakt dat zij niet zal worden benoemd in de nieuwe functie regiomanager. SKON stelt dat de oude en nieuwe functie van regiomanager niet uitwisselbaar zijn, omdat in de nieuwe functie regiomanager meer competenties vereist zijn en de functie op essentiële onderdelen is veranderd. Nu er geen andere passende functie voor werkneemster is, verzoekt SKON ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Anders dan door werkneemster is aangevoerd, is de gegronde reden voor de reorganisatie voldoende aannemelijk geworden. Met twee in het geding gebrachte adviezen heeft SKON voldoende aannemelijk gemaakt dat de functie van regiomanager nieuwe stijl in voldoende mate verschilt van de functie van regiomanager oude stijl en er dus geen sprake is van uitwisselbare functies, zodat het afspiegelingsbeginsel niet aan de orde is. Dat de functie van regiomanager nieuwe stijl wel als een passende moet worden gekwalificeerd is op zichzelf door SKON erkend. Bij de vraag aan wie de veertien beschikbare plaatsen in de functie van regiomanager nieuwe stijl (hadden) moeten worden aangeboden, bestaat in beginsel de ruimte om de in de (gezamenlijke) visie van SKON (en de andere directies) meest geschikte kandidaat te selecteren, met dien verstande dat daarbij een zorgvuldige procedure en deugdelijke onderbouwing van de beslissing mag worden verwacht. Aan dit vereist is niet voldaan. SKON heeft haar stelling dat werkneemster ‘juist met betrekking tot onderwerpen gerelateerd aan de nieuw gevraagde vaardigheden en competenties in het verleden zwak heeft gescoord’ op geen enkele wijze onderbouwd. Evenmin heeft SKON gemotiveerd gesteld dat zij zich wegens de volgens haar al jarenlang bestaande aandachts- en ontwikkelpunten voldoende inspanningen heeft getroost om werkneemster zich daarin te laten verbeteren en verder te ontwikkelen en dat werkneemster niet binnen afzienbare termijn aan de functievereisten zal kunnen voldoen. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.