Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 14 april 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:753
werknemer/Q-Park Beheer BV
Werknemer is sinds 1 augustus 2008 in dienst van Q-Park. Op 24 juli 2014 heeft Q-Park de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een verstoorde arbeidsrelatie, bestaande uit het niet, niet tijdig, niet volledig informeren van de werkgever over het lopende strafproces tegen werknemer (dat uiteindelijk tot een veroordeling van 24 maanden celstraf leidde). Van belang was de verklaring van de direct leidinggevende. De kantonrechter heeft uiteindelijk de arbeidsovereenkomst ontbonden zonder toekenning van een vergoeding. Werknemer keert zich tegen deze beschikking.
Het hof oordeelt als volgt. In de omstandigheid dat over enkele maanden appel tegen ontbindingsbeschikkingen wel (binnen zekere grenzen) mogelijk zal zijn op grond van het in het kader van de Wet werk en zekerheid (Wwz) in werking tredende nieuwe artikel 7:683 lid 2 BW, ziet het hof geen grond om nu – in welke mate dan ook – te breken met dit appelverbod. De Wwz brengt een zeer aanzienlijke wijziging teweeg in het stelsel van het ontslagrecht; anticipatie op een enkele nieuwe bepaling voor het nu nog geldende stelsel is ongerijmd. Het hof verwijst naar – en verenigt zich met – hetgeen A-G Spier hierover recent schreef in zijn conclusie voor HR 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:184 (zie nr. 3.3 van zijn conclusie, gepubliceerd onder ECLI:NL:PHR:2014:2279). Dat een beschikking niet naar behoren is gemotiveerd levert geen grond op voor terzijdestelling van het appelverbod, zoals onder meer uit de uitspraak HR 15 oktober 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1100 blijkt. In het midden kan blijven of schending van artikel 24 Rv tot doorbreking van het appelverbod zou kunnen leiden, omdat het hof van oordeel is dat van schending van deze bepaling geen sprake is. Naar de mening van werknemer zou de kantonrechter de feiten hebben aangevuld bestaande uit de overweging dat Q -Park geen inschatting kon doen over het hoger beroep in de strafzaak wegens informatiegebrek, maar deze stelling vindt geen steun in het p.v.