Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 21 april 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:1124
X Vof/Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek c.s.
De centrale vraag is of de VOF onder de werkingssfeer van de CAO Metaal en Techniek en de daarop gebaseerde verplichtingstellingsregeling valt.
Het hof oordeelt als volgt. De kantonrechter heeft geoordeeld dat met het in- en verkopen van auto’s gepaard gaan het stallen, het voor de verkoop gereed maken of het wassen van automobielen. Weliswaar stelt VOF c.s. terecht dat de enkele in- en verkoop van auto’s niet onder het bereik van de verplichtstellingsbeschikking valt, maar de werkzaamheden van VOF bestaan niet enkel uit de in- en verkoop van auto’s. Bij brief d.d. 4 februari 2010 heeft MNServices VOF als werkgever immers aangeschreven met de mededeling dat volgens haar administratie zijn bedrijf zich bezighoudt met ‘vervaardigen/herstellen e.d. van wagens alsmede van carosseriëen’ en dat hij daarom verplicht is deel te nemen aan de regelingen voor bedrijven in de Metaal en Techniek. Vast staat dat VOF als werkgever in 2010 meerdere werknemers heeft aan- en afgemeld bij MNServices. Dat wettigt het vermoeden dat voormelde mededeling van MNServices juist is, zoals ook de kantonrechter in het beroepen vonnis signaleert. Bovendien heeft VOF c.s. in de inleidende dagvaarding gesteld dat de werkzaamheden ‘voor het overgrote gedeelte’ bestaan uit inkopen en wederverkopen van automobielen. Dat bevestigt eveneens het vermoeden dat de bedrijfsactiviteiten meer omvatten dan in- en verkoop van auto’s. De mededeling van MNServices is bovendien in overeenstemming met de omschrijving van de bedrijfsactiviteiten in het door de fondsen overgelegde uittreksel uit het handelsregister, te weten ‘handel in en reparatie van personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s (geen import van nieuwe)’. Weliswaar heeft VOF c.s. niet meer gereageerd op dit uittreksel, maar dat doet er niet aan af dat het op de weg van VOF c.s. had gelegen inzicht te verschaffen in haar volledige bedrijfsactiviteiten, met name wat betreft de activiteiten die haar vennoten en/of de door haar aangemelde werknemers in de jaren 2005-2010 hebben uitgevoerd met betrekking tot ingekochte auto’s tot het moment waarop deze auto’s na verkoop werden afgeleverd aan de klant. VOF c.s. is immers bij uitstek degene die daarover informatie kan verschaffen. VOF c.s. heeft echter nagelaten feiten en omstandigheden te stellen die een voldoende gemotiveerd verweer opleveren tegen voormeld vermoeden, zowel in de conclusies van antwoord en dupliek, als in de memorie van grieven. Het hof concludeert daarom dat VOF c.s. de stellingen van de fondsen op dit onderdeel onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken, zodat het hof haar verweer passeert. Evenals de kantonrechter ziet het hof derhalve geen grond een comparitie van partijen te bevelen of VOF c.s. toe te laten te laten tot bewijslevering. Dat is niet in strijd met het recht van VOF c.s. op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM omdat VOF c.s. alle gelegenheid heeft gehad zich deugdelijk tegen de vorderingen van de fondsen te verweren.
VOF c.s. stelt dat de in dienst genomen werknemers slechts loopjongens waren die zich bezighielden met halen en brengen van auto’s, advertenties schrijven, telefoontjes van tijd tot tijd beantwoorden en dat dit geen volledig normale dagtaak betrof. Terecht heeft de kantonrechter de stelling dat VOF slechts loopjongens in dienst had, niet gevolgd. De hier genoemde werkzaamheden zijn immers aan te merken als onderdeel van een normale dagtaak in een bedrijf dat zich niet alleen bezighoudt met handel in auto’s, maar ook – naar moet worden aangenomen – met herstel van ingekochte auto’s. VOF c.s. heeft dan ook onvoldoende gesteld en onderbouwd dat de bezigheden van haar werknemers buiten de ‘eigenlijke bedrijfsactiviteit’ vielen, zoals vereist is in genoemd artikel 25 onder 2. Bovendien valt de stelling van VOF c.s. niet te rijmen met de constatering dat blijkens de aanmeldformulieren meerdere werknemers een werkweek hadden van 38 uur. Ook ontbreken gegevens waaruit een eventueel tijdelijk karakter van hun dienstverband blijkt.