Naar boven ↑

Rechtspraak

Administrador de Infraestructuras Ferroviarias (ADIF)/Luis Aira Pascual, Algeposa Terminales Ferroviarios, S.L., Fondo de Garantía Salarial
Hof van Justitie van de Europese Unie, 26 november 2015
ECLI:EU:C:2015:781

Administrador de Infraestructuras Ferroviarias (ADIF)/Luis Aira Pascual, Algeposa Terminales Ferroviarios, S.L., Fondo de Garantía Salarial

Overgang van onderneming waarbij verkrijger zijn eigendommen weer terugkrijgt van de vervreemder in een kapitaal intensieve sector, leidt toch tot overgang.

ADIF is een overheidsbedrijf dat verantwoordelijk is voor het overladen van intermodale transporteenheden in de terminal van Bilbao (Spanje). Via een op 1 maart 2008 in werking getreden overeenkomst tot uitvoering van publieke dienstverlening heeft ADIF de uitvoering van de genoemde diensten uitbesteed aan Algeposa. Algeposa verstrekte de diensten in aan ADIF toebehorende bedrijfsruimten met kranen van ADIF. De overeenkomst werd aangegaan voor de duur van 48 maanden. Na afloop van die periode werd de overeenkomst verlengd tot 30 juni 2013. In juni heeft ADIF aangegeven de diensten voortaan zelf te gaan verrichten. Luis stelt zich op het standpunt dat sprake is van overgang van onderneming en vordert schadevergoeding wegens onredelijk ontslag. In casu wenst de verwijzende rechter met zijn vraag in wezen te vernemen of artikel 1 lid 1 van Richtlijn 2001/23 aldus moet worden uitgelegd dat deze richtlijn van toepassing is wanneer een overheidsbedrijf dat verantwoordelijk is voor de economische activiteit bestaande in het overladen van intermodale transporteenheden, middels een overeenkomst tot uitvoering van publieke dienstverlening de exploitatie van die activiteit opdraagt aan een ander bedrijf en aan dat bedrijf de benodigde, aan het overheidsbedrijf toebehorende voorzieningen en uitrusting beschikbaar stelt, maar later besluit die overeenkomst te beëindigen en het personeel van dat bedrijf niet over te nemen omdat het die activiteit voortaan zelf zal uitvoeren met zijn eigen personeel.

Het Hof van Justitie EU oordeelt als volgt. De aan de orde zijnde economische activiteit, namelijk het overladen van intermodale transporteenheden, kan niet worden aangemerkt als een in wezen op handarbeid berustende activiteit omdat in aanzienlijke mate gebruik wordt gemaakt van uitrusting. Zoals blijkt uit de verwijzingsbeslissing, heeft ADIF in het kader van de met Algeposa gesloten overeenkomst tot uitvoering van publieke dienstverlening namelijk kranen en bedrijfsruimten beschikbaar gesteld aan Algeposa en zijn die kranen en bedrijfsruimten noodzakelijk voor het uitvoeren van de in het hoofdgeding aan de orde zijnde werkzaamheden. Bij deze werkzaamheden is uitrusting dus de voornaamste factor. Wat voorts de omstandigheid betreft dat de materiële activa die nodig zijn voor het verrichten van de in het hoofdgeding aan de orde zijnde werkzaamheden, steeds eigendom zijn geweest van ADIF, moet in herinnering worden geroepen dat volgens de in punt 28 van het onderhavige arrest aangehaalde rechtspraak voor de toepassing van Richtlijn 2001/23 niet van belang is of de eigendom van de materiële activa is overgedragen. Wat ten slotte het niet overnemen van het personeel van Algeposa door ADIF betreft, moet eraan worden herinnerd dat het Hof reeds heeft geoordeeld dat het feit dat de nieuwe ondernemer geen wezenlijk deel - qua aantal en deskundigheid - van het personeel overneemt dat zijn voorganger voor de uitvoering van dezelfde activiteit had ingezet, niet voldoende is om uit te sluiten dat sprake is van overgang van een eenheid met behoud van haar identiteit in de zin van Richtlijn 2001/23 in een sector als in het hoofdgeding, waar uitrusting de voornaamste factor bij de activiteit is. Een andere uitlegging zou indruisen tegen het hoofddoel van de richtlijn, namelijk het behouden van de arbeidsovereenkomsten van de werknemers van de vervreemder, ook al is dit tegen de wil van de verkrijger (zie in die zin arrest Abler e.a., C-340/01, ECLI:EU:C:2003:629, punt 37). Op de vraag moet dus worden geantwoord dat artikel 1 lid 1 van Richtlijn 2001/23 aldus moet worden uitgelegd dat deze richtlijn van toepassing is wanneer een overheidsbedrijf dat verantwoordelijk is voor de economische activiteit bestaande in het overladen van intermodale transporteenheden, middels een overeenkomst tot uitvoering van publieke dienstverlening de exploitatie van die activiteit opdraagt aan een ander bedrijf en aan dat bedrijf de benodigde, aan het overheidsbedrijf toebehorende voorzieningen en uitrusting beschikbaar stelt, maar later besluit die overeenkomst te beëindigen en het personeel van dat bedrijf niet over te nemen omdat het die activiteit voortaan zelf zal uitvoeren met zijn eigen personeel.