Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 8 december 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:9270
Loonwerkbedrijf X/werknemer
(Zie ook AR 2015-1165 voor de onrechtmatigedaadsvordering van werkgever jegens nieuwe werkgever) Werknemer (geboren 1968) is in dienst getreden van Loonwerkbedrijf als kraanmachinist. Op deze arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding van toepassing. Op 28 juni 2014 is de arbeidsovereenkomst geƫindigd. Per 1 juli 2014 is werknemer in dienst getreden van een concurrent. De centrale vraag is of werknemer aan het concurrentiebeding kan worden gehouden.
Het hof oordeelt als volgt. Aan het schriftelijkheidsvereiste is in ieder geval voldaan, indien de werknemer een arbeidsovereenkomst waarin een concurrentiebeding is opgenomen of enig ander geschrift waarin een concurrentiebeding als onderdeel van de arbeidsvoorwaarden voorkomt, heeft ondertekend, omdat de werknemer daarmee tot uitdrukking brengt dat hij heeft kennisgenomen van het concurrentiebeding zoals dat in schriftelijke vorm aan hem ter hand is gesteld en dat hij daarmee instemt. Wordt in een arbeidsovereenkomst of een brief verwezen naar bijgevoegde arbeidsvoorwaarden waarin een concurrentiebeding voorkomt en verklaart de werknemer zich door ondertekening van die arbeidsovereenkomst of die brief akkoord met die arbeidsvoorwaarden, dan is aan het genoemde vereiste eveneens voldaan. Aan het schriftelijkheidsvereiste is echter niet voldaan in gevallen waarin de werknemer zich schriftelijk akkoord verklaart met de inhoud van een niet als bijlage in schriftelijke vorm bijgevoegd document waarin een concurrentiebeding voorkomt, tenzij de werknemer daarbij uitdrukkelijk verklaart dat hij met het concurrentiebeding instemt. Bij de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep heeft Loonwerkbedrijf niet weersproken dat werknemer de arbeidsovereenkomst met het concurrentiebeding niet heeft ondertekend en evenmin gesteld dat werknemer enig ander stuk, met als bijlage de arbeidsovereenkomst met het concurrentiebeding, heeft ondertekend of dat hij zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de inhoud van een niet als bijlage in schriftelijke vorm bijgevoegd document waarin het concurrentiebeding voorkomt en daarbij uitdrukkelijk heeft verklaard dat hij met het concurrentiebeding instemt. Integendeel, Loonwerkbedrijf heeft (alleen) aangevoerd dat werknemer zonder enig bezwaar kenbaar te maken een aanvang heeft gemaakt met de overeengekomen werkzaamheden. Ter gelegenheid van de pleidooien heeft Loonwerkbedrijf echter alsnog betoogd dat wel is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste en naar voren gebracht dat hij de door werknemer ondertekende arbeidsovereenkomst alsnog heeft achterhaald. Het hof heeft dit, door Loonwerkbedrijf meegebrachte exemplaar, vervolgens getoond aan werknemer, die stellig heeft ontkend dat de bij zijn naam geplaatste handtekening van hem afkomstig is ('Dat is 100% niet mijn handtekening.').