Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 2 maart 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:1792
werknemer/Agratechniek B.V.
Werknemer is op 16 juni 2004 bij Agratechniek B.V. (hierna: Agratechniek) in dienst getreden als timmerman. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor de Houtverwerkende Industrie (hierna: de cao) van toepassing. Op 8 juli 2015 heeft het UWV aan Agratechniek toestemming gegeven om de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen. De arbeidsovereenkomst is bij brief van 15 juli 2015 opgezegd tegen 1 oktober 2015. Werknemer vordert Agratechniek te veroordelen tot betaling van € 2.103,35 bruto op grond van artikel 7:672 lid 9 BW. Hij legt aan de vordering ten grondslag dat Agratechniek een onjuiste opzegtermijn in acht heeft genomen en dat de arbeidsovereenkomst had moeten worden opgezegd tegen 1 november 2015. Werknemer heeft in dit kader ook gesteld dat de termijn van opzegging op grond van de cao door Agratechniek had moeten worden verlengd met zijn vakantie van 20 juli 2015 tot en met 7 augustus 2015.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Ambtshalve wordt overwogen dat deze zaak ten onrechte is ingeleid met een verzoekschrift. Op grond van artikel XXII lid 1 van de Wet werk en zekerheid blijft afdeling 9 van Boek 7, titel 10 BW, zoals deze afdeling luidde voor 1 juli 2015, van toepassing op een opzegging gedaan na dat tijdstip op grond van een verzoek om toestemming voor opzegging van de arbeidsovereenkomst gedaan voor dat tijdstip en op de gedingen die daarop betrekking hebben. Vast staat dat Agratechniek het UWV vóór 1 juli 2015 om toestemming heeft verzocht de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen. Dat betekent dat het recht van toepassing is gebleven zoals dat gold vóór 1 juli 2015 en dat deze zaak dus niet ingeleid kan worden met een verzoekschrift, maar had moeten worden ingeleid met een dagvaarding. Met toepassing van artikel 69 Rv wordt de procedure voortgezet volgens de regels die voor de dagvaardingsprocedure gelden.
In de cao is bepaald dat, indien binnen de opzegtermijn een aaneengesloten vakantie van 15 dagen valt, de opzegtermijn met deze dagen wordt verlengd. Vast staat dat Agratechniek de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd bij brief van 15 juli 2015. Ook staat vast dat werknemer in de periode van 20 juli 2015 tot en met 7 augustus 2015 een aaneengesloten vakantie heeft gehad van 15 dagen. Gelet daarop moet de opzegtermijn op grond van de cao worden verlengd met deze vakantieperiode. Partijen zijn het erover eens dat de reguliere opzegtermijn in dit geval twee maanden bedraagt, zodat de opzegtermijn na verlenging conform de cao twee maanden en 15 dagen is. Uitgaande van een opzegging bij brief van 15 juli 2015 moet de opzegtermijn geacht worden te zijn aangevangen op 16 juli 2015 en loopt deze in ieder geval tot en met 1 oktober 2015. Niet ter discussie staat dat opzegging op grond van artikel 7:672 lid 1 (oud) BW moet geschieden tegen het einde van de maand. Daaruit volgt dat opzegging had moeten plaatsvinden tegen 1 november 2015. De stelling van Agratechniek dat door de opzegging bij brief van 15 juli 2015 de opzegtermijn gaat lopen met ingang van 1 augustus 2015, kan niet worden gevolgd. Voor die stelling is in de wet of rechtspraak geen steun te vinden. Niet in geschil is dat werknemer over de periode van 1 oktober 2015 tot 1 november 2015 aanspraak had op een bedrag van € 2.103,35 bruto aan loon. Agratechniek zal dus worden veroordeeld tot betaling van dat bedrag. Over dit bedrag is gelet op artikel 7:680 lid 7 (oud) BW de wettelijke rente verschuldigd, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd (1 oktober 2015).