Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting RENN4/werknemer
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 1 juni 2016
ECLI:NL:RBNNE:2016:2777

Stichting RENN4/werknemer

Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een redelijke grond voor ontbinding (h-grond), gelet op de beëindiging van een zelfstandig bedrijfsonderdeel ten gevolge van het wegvallen van overheidsfinanciering en het vervallen van alle arbeidsplaatsen in dat bedrijfsonderdeel.

Werknemer is in dienst van Stichting RENN4 (hierna: werkgever). Werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden. Aan dit verzoek legt werkgever primair de a-grond en subsidiair de h-grond ten grondslag. Het UWV heeft op 1 maart 2016 werkgever de toestemming om de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen geweigerd in verband met het feit dat er sprake is van een opzegverbod, aangezien werknemer korter dan twee jaar ziek is. Werkgever voert ter onderbouwing van haar verzoek aan dat het bedrijfsonderdeel waarvoor werknemer werkzaam is, SENSOR, per 1 augustus 2016 wordt beëindigd, doordat de overheidsfinanciering per die datum definitief stopt. Werknemer erkent dat er sprake is van omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Werknemer betwist niet dat er geen mogelijkheden voor herplaatsing zijn.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Voor toewijzing op de primair aangevoerde grond voor ontbinding is geen plaats nu ook de kantonrechter is gebonden aan het opzegverbod als bedoeld in artikel 7:670 BW en werknemer nog ziek is. Door het UWV is geoordeeld dat er sprake is van het verval van arbeidsplaatsen, dat afspiegeling niet aan de orde is doordat alle arbeidsplaatsen binnen het bedrijfsonderdeel SENSOR komen te vervallen en dat geen sprake is van herplaatsingsmogelijkheden. Zoals partijen hebben aangevoerd is er, gelet op de beëindiging van het zelfstandige bedrijfsonderdeel SENSOR ten gevolge van het wegvallen van de overheidsfinanciering en het daarmee verband houdende vervallen van alle arbeidsplaatsen in dat bedrijfsonderdeel, in het onderhavige geval sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1 aanhef en onderdeel a BW jo. artikel 7:669 lid 3 onderdeel h BW, en is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van werknemer binnen een redelijke termijn. Volgt toewijzing van het ontbindingsverzoek.