Naar boven ↑

Rechtspraak

Boek & Offermans Woningmakelaars Heerlen BV/werknemer
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 6 juli 2016
ECLI:NL:RBLIM:2016:5906

Boek & Offermans Woningmakelaars Heerlen BV/werknemer

Directe schorsing concurrentiebeding in kort geding toegewezen. Matiging gevorderd voorschot op reeds verbeurde boetes.

Werknemer is sinds 5 december 2011 in dienst bij Boek & Offermans Woningmakelaars Heerlen BV (hierna: B&O). In zijn arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen. Bij brief van 22 september 2015 heeft werknemer de arbeidsovereenkomst opgezegd, waarbij hij tevens aankondigde dat hij een functie als verkoopmakelaar bij makelaar X heeft geaccepteerd. Werknemer is die functie per 1 november 2015 gaan vervullen bij makelaar X. B&O vordert de veroordeling van werknemer om zijn werkzaamheden bij makelaar X te staken. B&O vordert bovendien de veroordeling van werknemer tot betaling van een voorschot van € 25.000 op de reeds verbeurde boetes. Werknemer vordert in reconventie de directe schorsing van het concurrentiebeding totdat in de bodemprocedure ter zake is beslist.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Waar het gaat om een concurrentiebeding, geldt als wettelijk uitgangspunt de verplichting van een partij om zijn/haar overeengekomen verplichtingen na te komen. Vernietiging of gedeeltelijke vernietiging van het concurrentiebeding is uitzondering op die hoofdregel. Gelet op het feit dat werknemer zich tot op heden primair op het standpunt blijft stellen dat hij het betreffende beding (dat naar aard en inhoud niet voor meerdere uitleg vatbaar is: werken binnen een straal van 30 km voor een concurrent – ongeacht wat voor werk – is niet toegestaan) niet overtreedt, heeft het er de schijn van dat hij zich van die hoofdregel onvoldoende rekenschap heeft gegeven en blijft geven. Door direct na beëindiging van het dienstverband met B&O bij een concurrent in Maastricht te gaan werken, heeft werknemer het beding overtreden. De vraag die moet worden beantwoord is, of voldoende aannemelijk is dat een vordering tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van het beding door een bodemrechter zal worden toegewezen op grond dat, in verhouding tot het te beschermen belang van B&O, werknemer door het beding onbillijk wordt benadeeld. Gelet op hetgeen in deze korte procedure naar voren is gebracht en vast is komen te staan, is met een redelijke mate van zekerheid aan te nemen dat de rechter in een eventuele bodemprocedure het beding gedeeltelijk (maar niet geheel) zal vernietigen in die zin dat de daarin opgenomen duur van twee jaar sterk zal worden beperkt tot ongeveer negen maanden. Daartoe wordt overwogen dat – in het kader van de matiging – (wel) mede van belang is dat werknemer bij B&O voornamelijk wezenlijk andere werkzaamheden uitvoerde dan thans bij makelaar X, alsook dat eventuele bij werknemer aanwezige concurrentiegevoelige informatie met het verstrijken van de tijd haar relevantie zal verliezen en inmiddels waarschijnlijk (grotendeels) verloren heeft. De in reconventie gevorderde directe schorsing van het beding totdat in de bodemprocedure ter zake is beslist, zal derhalve worden toegewezen. Ten aanzien van het in conventie gevorderde voorschot op de reeds verbeurte boetes is het voldoende aannemelijk dat de bodemrechter de boete zal matigen. Gelet op alle omstandigheden is het wel aangewezen om in ieder geval alvast een voorschot toe te wijzen van € 5.000, nu het waarschijnlijk is dat in de bodemprocedure de boete in elk geval niet verder zal worden gematigd dan tot dat bedrag.