Naar boven ↑

Rechtspraak

X/Gemeente Moerdijk c.s.
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 14 juli 2016
ECLI:NL:RBDHA:2016:7954

X/Gemeente Moerdijk c.s.

Ambtenaar stelt gemeente aansprakelijk voor schade als gevolg van uitglijden in oliehok. Geen (analoge) toepassing artikel 7:658 BW. Niet is komen vast te staan dat sprake is geweest van een gebrekkige opstal, althans een fout van een ondergeschikte.

Vervolg AR 2016-0507. X is in dienst bij de (buitendienst van de) gemeente als (vrachtwagen)chauffeur. Op 10 november 2009 is hem een arbeidsongeval overkomen in het ‘oliehok’ van de gemeente. In de onderhavige deelgeschilprocedure verzoekt X voor recht te verklaren dat de gemeente aansprakelijk is voor het hem overkomen ongeval en de daaruit voortvloeiende schade. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de ontvankelijkheid van X voor zover zijn verzoek gebaseerd is op (de analoge toepassing van) artikel 7:658 BW.

De rechtbank oordeelt als volgt. Voor zover X stelt dat hij juridisch in een nadeliger positie komt te verkeren dan een werknemer, niet-ambtenaar, die een soortgelijke claim op verschillende grondslagen wil indienen, faalt die stelling. X gaat voorbij aan de rechtsmachtverdeling tussen de bestuursrechter (de ambtenarenrechter) enerzijds en de burgerlijke rechter anderzijds die volgt uit de wet (artikel 7:658 BW in verbinding met artikel 7:615 BW). Weliswaar brengt die verdeling mee dat X, gegeven de verschillende grondslagen die volgens hem de Gemeente tot het vergoeden van schade jegens hem verplichten, verschillende procedures moet voeren, maar dit betekent niet, zoals X stelt, dat sprake is van een niet te rechtvaardigen ongelijkheid tussen hem als ambtenaar en een werknemer die niet in overheidsdienst is. De bestuursrechtelijke rechtsgang die X als ambtenaar heeft te volgen, is immers een voldoende met waarborgen omklede rechtsgang. Verder geldt dat artikel 7:658 BW in verbinding met artikel 7:615 BW een bijzondere regel bevat ten opzichte van artikel 6:162 BW. Met een beroep op artikel 6:162 BW kan geen rechtsingang bij de burgerlijke rechter worden gecreëerd in die gevallen waarin die rechtsingang er niet is op grond van artikel 7:658 BW in verbinding met artikel 7:615 BW. X wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek voor zover het verzoek gebaseerd is op (analoge) toepassing van artikel 7:658 BW.

De verklaringen van de getuigen bieden onvoldoende steun om de juistheid te aanvaarden van de stelling van X dat de vloer glad is geweest als gevolg van zeep- en waterresten, zodanig dat er – ook met het gebruik van veiligheidsschoenen – een gevaar voor uitglijden bestond. De rechtbank acht verder van belang dat in de RI&E (uitgebracht voordat X is gevallen) niets is opgenomen met betrekking tot de toestand van (de vloer in) het oliehok, zodat er, zonder feiten en omstandigheden die niet zijn gesteld of gebleken, van uit moet worden gegaan dat (de vloer van) het oliehok geen (relevante) risico’s opleverde voor X bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden. X heeft in het licht van het gemotiveerde verweer van de Gemeente en Achmea onvoldoende feiten naar voren heeft gebracht op grond waarvan als vaststaand kan worden aangenomen dat sprake is geweest van een gebrekkige opstal, althans een fout van een ondergeschikte van de Gemeente die de door hem gestelde (letsel)schade heeft veroorzaakt. Hierop stuiten de verzoeken van X voor zover gebaseerd op de artikelen 6:174 BW, 6:181 BW, 6:170 BW af.