Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 1 september 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:7358

werkneemster/werkgever

Werkgever voldoet niet tijdig aan aanzegverplichting en is naar rato een bedrag aan loon verschuldigd.

Werkneemster is op 15 september 2015 als verkoopster in dienst getreden bij werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (7 maanden). Per e-mail van 4 april 2014 heeft werkgever werkneemster bericht dat de arbeidsovereenkomst na 14 april 2016 niet zal worden voortgezet. Werkneemster vordert een vergoeding van € 588,44 bruto wegens het niet tijdig voldoen aan de aanzegverplichting.

De kantonrechter is van oordeel dat werkgever de aanzegverplichting van artikel 7:668 lid 1 onderdeel a BW niet tijdig is nagekomen. Die verplichting is immers ontstaan op 13 maart 2016 en werkgever heeft werkneemster pas op 4 april 2016 geïnformeerd over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Dat betekent dat werkgever zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag aan loon naar rato van een bedrag aan loon over 22 dagen, te weten € 588,40. Werkneemster heeft erkend dat zij € 100 aan kleding in de winkel van werkgever heeft gekocht en onbetaald heeft gelaten. Zij heeft de verschuldigde prijs met de door werkgever te betalen vergoeding verrekend en haar vordering verminderd tot € 488,40. Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag.