Naar boven ↑

Rechtspraak

Reedijk Banden Import B.V./werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 1 december 2016
ECLI:NL:RBROT:2016:9373

Reedijk Banden Import B.V./werknemer

Verzoek ex artikel 96 Rv. Werkgever heeft geen zwaarwichtig belang bij eenzijdige wijziging ATV-regeling (art. 6:248 lid 2 BW). Werknemer heeft wel belang bij behoud huidige regeling. Geboden compensatie (3% salarisverhoging) niet redelijk.

Werknemer is sedert 1 december 2003 bij Reedijk Banden Import B.V. (hierna: Reedijk) in dienst als magazijnmedewerker. Werknemer heeft recht op ‘ADV-dagen overeenkomstig de CAO’. Op de arbeidsovereenkomst is de cao voor de Banden- en Wielenbranche (hierna: de cao) van toepassing. Werknemer heeft zijn ATV-uren steeds in de vorm van vakantiedagen, twaalf dagen per jaar, opgenomen. Reedijk maakt deel uit van de Van den Ban Group. Die groep voert het beleid om ATV-rechten op te nemen in het overeengekomen salaris. De harmonisatie van de binnen de groep gehanteerde arbeidsvoorwaarden heeft ertoe geleid dat dit beleid eveneens is geïmplementeerd ten aanzien van de medewerkers van Reedijk, waaronder werknemer. Het tussen partijen gerezen geschil spitst zich toe op de vraag of Reedijk bevoegd is de ATV-regeling te wijzigen in die zin dat werknemer niet langer gerechtigd is de ATV-rechten als vakantiedagen op te nemen gedurende twaalf hele dagen per jaar, maar uitsluitend gedurende 30 minuten op vier dagen in de week.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen is geen eenzijdig wijzigingsbeding overeengekomen. De cao geeft geen bevoegdheid tot eenzijdige wijziging van de ATV-regeling, ook niet nadat de OR of de PVT daarmee heeft ingestemd. Nu de voorgestelde wijziging van de arbeidsvoorwaarden ook betrekking heeft op meerdere werknemers, geldt in dit geval als toetsingskader artikel 6:248 lid 2 BW. Naar het oordeel van de kantonrechter is in dat kader van zwaarwichtige belangen onvoldoende gebleken. Reedijk heeft benadrukt dat de Van den Ban Group waarvan zij deel uitmaakt streeft naar harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden en dat in dat kader besloten is om de ATV-rechten op te nemen in het reguliere salaris, met welke regeling alle medewerkers, behalve werknemer hebben ingestemd. Tevens heeft Reedijk gesteld dat de handelwijze van werknemer een adequate planning van de werkzaamheden in het magazijn bemoeilijkt. Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor deze belangen van Reedijk leggen die argumenten onvoldoende gewicht in de schaal. Of de werknemer de ATV-uren in salaris dan wel in vrije tijd uitbetaald krijgt, maakt financieel voor de werkgever geen verschil. Wel is duidelijk dat de loonadministratie mogelijk iets ingewikkelder wordt, doch dat levert in een tijd dat die administratie vergaand geautomatiseerd en gedigitaliseerd is, geen zwaarwichtig belang op. Ook bezettings- en planningsperikelen leveren geen zwaarwichtige grond op, nu Reedijk toch al rekening moet houden met de omstandigheid dat de verschillende werknemers niet allemaal hetzelfde aantal vakantiedagen hebben, omdat sommige werknemers parttime werken en/of recht hebben op zogenaamde seniorendagen. Ter zitting is gebleken dat Reedijk gebruik maakt van ex-magazijnmedewerkers, die inmiddels met pensioen zijn, om gaten in het rooster op te vangen. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom Reedijk bij de vervanging van de twaalf dagen van werknemer geen gebruik zou kunnen maken van die pensionado’s. Nu van een zwaarwichtig belang aan de zijde van Reedijk niet is gebleken, komt de kantonrechter strikt genomen niet toe aan een afweging van de belangen van werknemer en evenmin aan de beantwoording van de vraag of Reedijk een redelijk voorstel heeft gedaan om de ATV-rechten te compenseren. Geheel ten overvloede overweegt de kantonrechter dat het belang aan de zijde van werknemer duidelijk is. Hij heeft vanaf 2003 immers steeds de ATV-uren opgenomen als (hele) vakantiedagen en hij heeft er belang bij dat systeem in de toekomst voort te zetten. Op die wijze kan hij immers optimaal genieten van de ATV-rechten en kan hij geheel naar eigen inzicht en behoefte die twaalf dagen invullen. Voorts acht de kantonrechter de door Reedijk geboden compensatie van – uiteindelijk – 3% salarisverhoging niet redelijk.