Naar boven ↑

Rechtspraak

Achmea Interne Diensten N.V./werknemer
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 15 februari 2017
ECLI:NL:RBNNE:2017:566

Achmea Interne Diensten N.V./werknemer

Afwijzing ontbindingsverzoek (d-grond). Senior jurist functioneert ondermaats ten aanzien van administratieve werkzaamheden, maar deze werkzaamheden vormen, afgezet tegen het inhoudelijke takenpakket, maar een fractie van de totale werkzaamheden.

Feiten

Werknemer is op 1 augustus 2000 in dienst getreden van (de rechtsvoorgangster van) Achmea Interne Diensten N.V. (hierna: Achmea). Werknemer bekleedt op dit moment binnen de Stichting Achmea Rechtsbijstand (hierna: de SAR), een zelfstandig bedrijfsonderdeel van Achmea, de functie van Senior Jurist Bestuursrecht SAR. Achmea heeft het functioneren van werknemer in 2011, 2013, 2014 en 2015 ‘overall’ met een onvoldoende beoordeeld. Werknemer heeft eind 2015 een verbeterplan opgesteld. Omstreeks eind augustus 2016 heeft Achmea/de SAR werknemer laten weten dat het verbetertraject volgens Achmea/de SAR niet heeft geleid tot de gewenste verbetering van het functioneren van werknemer. Achmea verzoekt thans de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden vanwege disfunctioneren (d-grond). Het disfunctioneren bestaat er volgens Achmea uit dat werknemer sinds 2011 de zogenoemde Basic Rules, waarin de standaard werkwijze van de SAR is weergegeven, structureel niet naleeft.

Oordeel

Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door Achmea naar voren gebrachte feiten en omstandigheden geen redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel d BW. Daartoe wordt het volgende overwogen. Partijen zijn het erover eens dat de zogenoemde Basic Rules de goede orde in de SAR bevorderen. Ook de kantonrechter is hiervan overtuigd. De SAR mag dus van werknemer verlangen dat hij zich houdt aan de Basic Rules. De Basic Rules vormen de basis waarop werknemer zijn juridische dienstverlening gestalte dient te geven. Of zoals de manager van het SAR-team van werknemer tijdens de mondelinge behandeling aangaf: ‘de basis moet op orde zijn’. Door werknemer is erkend dat deze ‘basis’ niet steeds op orde is en dat hij zich niet steeds houdt en heeft gehouden aan de Basic Rules. Hij heeft toegegeven dat hij ter zake zijn praktijk niet altijd even goed administratie houdt. Dit is de kantonrechter ook genoegzaam gebleken uit de gedingstukken. Naar het oordeel van de kantonrechter staat dus vast dat werknemer ter zake de Basic Rules en de naleving hiervan regelmatig ondermaats functioneert. Dit rechtvaardigt naar het oordeel van de kantonrechter echter geen ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De administratieve werkzaamheden die werknemer in verband met de Basic Rules dient uit te voeren zijn weliswaar van belang voor de organisatie van de SAR, maar deze werkzaamheden vormen, afgezet tegen het inhoudelijke takenpakket van een SAR-jurist, vanzelfsprekend maar een fractie van de totale werkzaamheden. Tussen partijen is niet in geschil dat werknemer als zodanig, los van de administratieve kant van zijn werk, vakinhoudelijk een bekwaam jurist en rechtsbijstandverlener is op het terrein van het bestuursrecht. Alles overziend is de kantonrechter van oordeel dat werknemer weliswaar ondermaats presteert wat betreft de naleving van de Basic Rules, maar dat geen sprake is van disfunctioneren in de zin van artikel 7:669 lid 3 onderdeel d BW. De conclusie is dan ook dat de kantonrechter het verzoek van Achmea afwijst.