Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 19 april 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:3495
werknemer/Arcadis Nederland B.V.
Feiten
Werknemer (geboren 1961) is met ingang van 22 mei 1995 in dienst getreden bij (een rechtsvoorganger van) Arcadis, en was laatstelijk werkzaam in de functie van Senior Toezichthouder tegen een salaris van € 4071 bruto per maand. Tot 2014 is werknemer ‘goed’ tot ‘uitstekend’ beoordeeld. In 2015 wordt binnen Arcadis het ‘vak’ toezichthouden tegen het licht gehouden. Arcadis stelt voor dat werknemer een demotie accepteert en voor €3500 gaat werken. Werknemer accepteert dit voorstel niet. De kantonrechter heeft op verzoek van Arcadis de arbeidsovereenkomst per 1 december 2016 ontbonden op grond van de d-grond onder toekenning van een transitievergoeding. Tegen dit oordeel keert werknemer zich in hoger beroep.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt.
D-grond mag geen verkapte a-grond zijn
Zowel in het verslag van 23 maart 2015 van de bijeenkomsten die op 11 maart 2015 en 18 maart 2015 binnen Arcadis hebben plaatsgevonden als in het memo van 15 september 2015 is benadrukt dat de marktomstandigheden voor het traditioneel toezicht onvoldoende zijn om op termijn winstgevende projecten te genereren en is, voor zover het werknemer betreft, aangegeven dat hij een salaris geniet dat niet marktconform is. Naar het oordeel van het hof kan dit niet anders worden gezien dan dat werknemer te duur was om projecten waar hij zou worden ingezet, voldoende winstgevend af te sluiten. De door Arcadis in dit memo genoemde ‘gezonde’ wijze om werknemer in te zetten sluit hierbij aan. Ook het voorstel van Arcadis om het salaris van werknemer ingrijpend te verlagen zodat hij beter, dat wil zeggen structureler, zou kunnen worden ingezet op projecten vormt hiervan een bevestiging. De hiervoor omschreven omstandigheden, met name het door Arcadis aangevoerde gebrek aan mogelijkheden om werknemer structureel op projecten in te zetten, duiden naar het oordeel van het hof op bedrijfseconomische omstandigheden die een eventuele verdere tewerkstelling van werknemer bij Arcadis belemmeren, maar die staan in beginsel los van de eventuele ongeschiktheid van werknemer voor het verrichten van de bedongen arbeid. Voor die bedrijfseconomische gronden is de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de d-grond niet bedoeld, maar is de a-grond geschreven. Een werkgever dient op grond van artikel 7:671a lid 1 BW in verbinding met artikel 7:669 lid 3 aanhef en onderdeel a BW toestemming aan het UWV te verzoeken om de arbeidsovereenkomst te kunnen opzeggen.
Herstel met terugwerkende kracht, geen transitievergoeding
Werknemer heeft aangevoerd dat zijn leeftijd zijn positie op de arbeidsmarkt bemoeilijkt en dat er geen belemmeringen zijn om weer bij Arcadis aan de slag te gaan. Hij heeft dan ook naar het oordeel van het hof belang bij toewijzing van zijn verzoek Arcadis te veroordelen de dienstbetrekking met hem te herstellen. De door Arcadis aangevoerde omstandigheden, te weten de beperkte inzetbaarheid van werknemer, de pogingen die Arcadis in- en extern heeft verricht, de omstandigheden dat Arcadis in de afgelopen periode voor een groot aantal projecten niet in aanmerking is gebracht, zodat beëindiging van de arbeidsovereenkomst op niet al te lange termijn sowieso voor de hand ligt, zijn van onvoldoende gewicht om, zoals Arcadis heeft verzocht, in plaats van een veroordeling tot herstel een billijke vergoeding aan werknemer toe te kennen. Het hof zal Arcadis veroordelen de dienstbetrekking met werknemer te herstellen met ingang van 1 december 2016 onder dezelfde arbeidsvoorwaarden als vóór 1 december 2016, op straffe van verbeurte van de hierna in het dictum te vermelden dwangsom met een daaraan verbonden maximum. De in artikel 7:683 lid 3 BW neergelegde regeling verzet zich tegen een vernietiging van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst, zodat het hof dit onderdeel van het dictum van de bestreden beschikking niet zal vernietigen. Voorts zal het hof Arcadis veroordelen het vanaf 1 december 2016 verschuldigde loon en emolumenten aan werknemer te betalen. Het hof zal de in het dictum omschreven veroordeling tot betaling van de transitievergoeding vernietigen, aangezien het hof van oordeel is dat werknemer als gevolg van de veroordeling tot herstel van de arbeidsovereenkomst met volledige terugwerkende kracht tot de ontbindingsdatum geen recht meer behoudt op de transitievergoeding (vgl. Kamerstukken II 2013/14, 33818, 3, p. 39 (MvT)). Het hof overweegt dat partijen ter gelegenheid van de mondelinge behandeling bij het hof hebben meegedeeld dat de door de kantonrechter toegekende transitievergoeding niet door Arcadis aan werknemer is betaald.