Naar boven ↑

Rechtspraak

EGN Nederland BV/werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 23 mei 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:4009

EGN Nederland BV/werknemer

Toekenning aan werknemer van de retentiebonus, provisie en transitievergoeding.

Feiten

Werknemer is sinds 8 april 2013 in dienst bij EGN Nederland BV (hierna: EGN). De kantonrechter heeft bij beschikking van 24 maart 2017 de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden met ingang van 30 april 2017. De beslissing op een aantal tegenverzoeken van werknemer zijn in de beslissing aangehouden. Het gaat om de verzoeken tot betaling aan werknemer van de retentiebonus, de provisie, de maandelijkse salarisverhoging en de transitievergoeding.

Oordeel

Retentiebonus

Werknemer maakt aanspraak op een retentiebonus over 2016 ter hoogte van € 2000 bruto en verwijst in dit kader naar het e-mailbericht van X van 29 september 2016. Uit dit e-mailbericht blijkt de hoogte van de overeengekomen retentiebonus echter niet. Volgens EGN bedraagt de aan werknemer toekomende retentiebonus € 1650 bruto. In zijn brief van 1 mei 2017 refereert werknemer zich in deze aan het oordeel van de kantonrechter. Nu nergens uit blijkt dat de retentiebonus het bedrag van € 1650 bruto te boven zou gaan, zal dit bedrag, dat nog niet aan werknemer is betaald, worden toegewezen. De retentiebonus was volgens EGN ten tijde van de behandeling van het verzoekschrift nog niet opeisbaar, nu deze in het eerste kwartaal van 2017 is berekend. Werknemer heeft tegen dit standpunt niets (concreet) ingebracht. Onduidelijk is dan ook gebleven wanneer de retentiebonus opeisbaar is geworden. Derhalve wordt de gevorderde wettelijke rente toegewezen vanaf de uitspraak van deze beschikking en is voor toewijzing van een wettelijke verhoging geen plaats.

Provisie

Partijen zijn het er niet over eens of aan werknemer nog een provisie met betrekking tot de maand november 2016 toekomt. De kantonrechter gaat uit van een aan werknemer gerelateerde omzet van € 24.050, waar een bedrag van € 5550 aan terechte storneringen (een bedrag van € 3700 is door werknemer erkend en een bedrag van € 1850 met betrekking tot X is door werknemer niet weersproken) vanaf moet worden getrokken. Zodoende resteert een bedrag van € 18.500, waarvan werknemer 1/3e deel, te weten € 6166,67 toekomt. Hiervan moet het reeds uitbetaalde garantiesalaris van € 4000 nog worden afgetrokken. Als provisie over de maand november 2016 moet aldus nog een bedrag van € 2166,67 bruto aan werknemer worden uitbetaald. Gelet op hetgeen in artikel 6 van de arbeidsovereenkomst over het moment van uitbetaling van de provisie is bepaald, is de vanaf 1 januari 2017 gevorderde wettelijke rente toewijsbaar. De gevorderde wettelijke verhoging wordt gematigd tot 20%.

Salarisverhoging

Tussen partijen is niet in geschil dat zij per 1 januari 2017 een verhoging van het garantiesalaris ad € 250 bruto per maand zijn overeengekomen. EGN heeft in haar faxbericht van 14 april 2017 aangegeven dat de niet-tijdige uitbetaling hiervan berust op een misverstand en inmiddels is gecorrigeerd. In zijn brief van 1 mei 2017 heeft werknemer gesteld dat EGN het verhoogde salaris vanaf 1 januari 2017 alsnog heeft voldaan, behalve over de maand april 2017. Ingevolge artikel 5 van de arbeidsovereenkomst tussen partijen dient het salaris telkens voor het einde van de kalendermaand te worden uitbetaald. Het salaris over de maand april 2017 was ten tijde van het versturen van genoemde brief dan ook pas één dag opeisbaar. Nu daarnaast EGN niet meer heeft kunnen reageren op de brief van werknemer en zij de – door haar erkende – salarisverhoging over de voorgaande maanden alsnog heeft voldaan, ziet de kantonrechter thans onvoldoende grond voor een veroordeling van EGN ter zake van de salarisverhoging over april 2017 (met wettelijke rente en verhoging). Zij merkt op dat EGN, voor zover betaling van het betreffende bedrag nog niet heeft plaatsgevonden, uiteraard wel is gehouden dit terstond aan werknemer te voldoen. Voor toewijzing van wettelijke rente en wettelijke verhoging over de loonperiodes januari tot en met maart 2017 bestaat evenmin grond, temeer nu werknemer daar geen aanspraak (meer) op maakt.

Transitievergoeding

Bij de berekening van het vaste brutomaandloon in de twaalf maanden voorafgaand aan – in dit geval – 1 mei 2017, moet rekening worden gehouden met de overeengekomen loonsverhoging per 1 januari 2017. Zodoende wordt uitgekomen op een gemiddeld brutomaandloon van € 4083,33 ((8 x € 4000 + 4 x € 4250) / 12). Voor de vakantiebijslag geldt een referteperiode van 1 juni 2016 tot en met 31 mei 2017 (zie art. 5 van de arbeidsovereenkomst). De bij het maandloon op te tellen vakantiebijslag bedraagt derhalve € 328,33 per maand ((7 x € 4000 + 5 x € 4250) x 0,08 / 12). De in 2014 aan werknemer uitbetaalde provisie bedroeg in totaal € 22.984 en de in het jaar 2015 aan werknemer betaalde provisie in totaal € 21.558. De vanaf januari 2016 tot en met november 2016 aan werknemer uitbetaalde provisie bedraagt volgens dit overzicht in totaal € 30.350, waarbij het hiervoor toegewezen bedrag van € 2166,67, dat in december 2016 had moeten worden uitbetaald, nog moet worden opgeteld. De provisie, verschuldigd in de drie kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt, komt derhalve uit op een totaalbedrag van € 77.058,67. Voor de berekening van de transitievergoeding wordt uitgegaan van 1/36e deel van dit bedrag, te weten € 2140,52.

Het loon per maand waarmee zal worden gerekend, is dan ook een bedrag van € 6552,18 (€ 4083,33 + € 328,33 + € 2140,52). 1/6e deel hiervan is € 1092,03. Nu de arbeidsovereenkomst tussen partijen heeft bestaan van 8 april 2013 tot en met 30 april 2017, dient EGN aan werknemer een transitievergoeding, over de verschuldigdheid waarvan in de beschikking van 24 maart 2017 al een beslissing is genomen, ad € 8736,24 (€ 1092,03 x 8) bruto te voldoen. Dit bedrag wordt toegewezen.