Rechtspraak
werknemer/Hochwald Foods BV
Feiten
Werknemer is sinds 2 augustus 1971 in dienst bij (de rechtsvoorganger van) Hochwald Foods BV (hierna: Hochwald). Op 21 september 2012 is met werknemer gesproken over zijn functioneren en is medegedeeld dat werknemer niet langer als leidinggevende is te handhaven en naar een andere functie wordt overgeplaatst. Partijen zijn in april 2013 een mediationtraject gestart, wat heeft geleid tot een vaststellingsovereenkomst. Werknemer heeft Hochwald gedagvaard en onder meer opschoning van zijn personeelsdossier en schadevergoeding gevorderd. Werkgever heeft daarop een ontbindingsverzoek ingediend bij de kantonrechter. De kantonrechter heeft dit verzoek toegewezen, onder toekenning aan werknemer van een ontbindingsvergoeding van € 125.000. In de dagvaardingsprocedure heeft de kantonrechter werknemer in zijn vorderingen grotendeels niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit vonnis komt werknemer in hoger beroep.
Oordeel
Schadevergoeding
Werknemer stelt dat Hochwald zich in de vaststellingsovereenkomst heeft verplicht zich in te zetten voor de re-integratie van werknemer in zijn oude functie met de uitdrukkelijke intentie om hem tot aan zijn pensioen in dienst te houden en dat Hochwald deze verplichting heeft geschonden. Werknemer beroept zich op een schending van een contractuele verplichting die voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomst tussen partijen op 24 april 2013 in de vaststellingsovereenkomst is overeengekomen. Tussen partijen is niet in geschil dat Hochwald tot 15 mei 2013, zijnde de datum waarop werknemer aan Hochwald een dagvaarding liet betekenen, aan deze verplichting uitvoering heeft gegeven. De op Hochwald rustende verplichting tot re-integratie in zijn oude functie is in ieder geval geëindigd op 1 september 2013, zijnde de datum waarop de kantonrechter bij beschikking van 26 augustus 2013 de arbeidsovereenkomst heeft ontbonden.
Voorts heeft werknemer de schade die hij door het tekortschieten van Hochwald in haar verplichting heeft geleden gesteld op € 514.190 bruto, bestaande uit € 393.195 bruto aan inkomensverlies vanaf 1 september 2013 tot aan zijn AOW-leeftijd en € 120.995 aan pensioenschade over de periode vanaf 1 september 2013 tot aan zijn pensioen. Het geschil tussen partijen spitst zich daardoor toe op de vraag of Hochwald in de periode vanaf 15 mei 2013 tot 1 september 2013 haar verplichting in de vaststellingsovereenkomst tot re-integratie en begeleiding van werknemer heeft geschonden en zo ja, of de door werknemer gevorderde schade voor vergoeding in aanmerking komt. Bij de beantwoording van deze vraag wordt tot uitgangspunt genomen dat de verplichting van Hochwald tot re-integratie en ‘op correcte wijze’ verder begeleiden van werknemer naar zijn pensioen, anders dan werknemer lijkt te veronderstellen, geen resultaats- maar een inspanningsverplichting is. Voorts dient acht te worden geslagen op de aan werknemer toegekende vergoeding naar billijkheid van € 125.000 bruto wegens beëindiging van het dienstverband, waarbij de kantonrechter bij de bepaling van dat bedrag rekening heeft gehouden met het aan werknemer gemaakte verwijt dat hij met het uitbrengen van de dagvaarding op 15 mei 2013 de verhoudingen tussen partijen onnodig op scherp heeft gesteld, het aan Hochwald gemaakte verwijt dat zij daarop meteen een ontbindingsverzoek heeft ingediend en niet eerst een gesprek met werknemer is aangegaan, ‘de belangen van werknemer en de overige omstandigheden van het geval’. Gelet op hetgeen hiervoor tot uitgangspunt is genomen, is daardoor in deze procedure geen plaats meer voor vergoeding van die schade op die grondslag. Hiervan uitgaande heeft de kantonrechter werknemer terecht in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaard. Voor zover werknemer de schending van de inspanningsverplichting op andere feiten en omstandigheden grondt, waaronder kennelijk dat Hochwald vanaf 15 mei 2013 tot einde dienstverband geen concrete handelingen gericht op re-integratie heeft verricht, heeft werknemer niet gesteld en onderbouwd dat hij als gevolg daarvan de door hem gestelde schade aan inkomensverlies en pensioenschade vanaf 1 september 2013 heeft geleden. Dat lag op zijn weg, nu die schade het gevolg is van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens de verstoorde arbeidsverhouding en zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet valt in te zien dat die schade (ook) het gevolg is van een gebrek aan inspanning van Hochwald tot re-integratie en verdere begeleiding in de periode vanaf 15 mei 2013 tot 1 september 2013.
Verwijdering en verbetering personeelsdossier
Het hof heeft tot uitgangspunt te nemen dat het dienstverband van werknemer bij Hochwald op 1 september 2013 is geëindigd. Doordat werknemer vanaf die datum niet meer bij Hochwald in dienst is, kan Hochwald de volgens werknemer ongegronde verwijten in het personeelsdossier en de onterecht gegeven berispingen niet meer aan hem tegenwerpen. Hierdoor heeft werknemer op zichzelf geen belang meer bij opschoning van het personeelsdossier. Werknemer heeft aangevoerd dat hij ten gevolge van de ongegronde verwijten ziek is geworden. Als dat wordt vastgesteld geeft dat volgens werknemer ondersteuning aan zijn vordering tot schadevergoeding. Daargelaten de vraag of dat belang toereikend is voor zijn vorderingen tot opschoning van het personeelsdossier is hiervoor geoordeeld dat de vordering tot schadevergoeding niet ontvankelijk is en voor zover ontvankelijk wordt afgewezen. Daarmee ontvalt dat door werknemer gestelde belang.