Naar boven ↑

Rechtspraak

Dunk Tank Cleaning Services B.V./gedaagde
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 10 april 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:2658

Dunk Tank Cleaning Services B.V./gedaagde

Vordering tot nakoming relatiebeding en geheimhoudingsbeding toegewezen. Ex-onderaannemer handelt in strijd relatiebeding door dezelfde diensten aan relaties van opdrachtgever aan te bieden voor een lagere prijs. Wel is sprake van een beperking van de werking en de looptijd van relatiebeding.

Feiten

Dunk Tank Cleaning Services B.V. (hierna: Dunk) is een bedrijf dat zich in en buiten Nederland bezighoudt met reinigingswerkzaamheden op schepen, in tanks, opslag- en andere bedrijfsruimtes. Gedaagde exploiteert een eenmanszaak, die zich onder meer bezighoudt met de schoonmaak van tanks op schepen. Ten behoeve van haar dienstverlening heeft Dunk onder meer gebruikgemaakt van de diensten van gedaagde. In januari 2016 hebben partijen daartoe een overeenkomst gesloten. De overeenkomst bevat onder meer een geheimhoudingsbeding alsmede een concurrentiebeding. Dunk vordert thans onder meer onverkorte nakoming van voornoemde bedingen. Aan de vordering ligt ten grondslag dat gedaagde in strijd heeft gehandeld met de overeengekomen bedingen door op zijn website diensten aan te bieden die materieel identiek zijn aan die van Dunk en flyers aan te bieden die woordelijk zijn overgenomen van de flyers van Dunk. Daarnaast zou gedaagde relaties van Dunk hebben benaderd per e-mail, waarin zou zijn toegezegd dezelfde diensten als Dunk aan te bieden, zij het 30% goedkoper.

Oordeel

Nakoming van overeengekomen bedingen

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het overeengekomen beding niet als concurrentiebeding maar als relatiebeding moet worden gekwalificeerd. Het verbiedt gedaagde (kort gezegd) om direct of indirect aan cliënten en relaties van Dunk diensten aan te bieden die vergelijkbaar zijn met de diensten van Dunk dan wel de relaties van Dunk te benaderen. Het is gedaagde derhalve toegestaan dezelfde activiteiten als Dunk te ontplooien, mits hij daarbij niet de relaties of cliënten van Dunk benadert. Dat gedaagde op zijn website en in zijn flyers dezelfde diensten als die van Dunk aanbiedt, is dan ook op zichzelf geen overtreding van het relatiebeding. Ter zitting heeft gedaagde erkend relaties van Dunk per e-mail te hebben benaderd met het voorstel hun dezelfde diensten aan te bieden voor een prijs die 30% lager ligt. Daarmee is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gebleken dat gedaagde het relatiebeding heeft overtreden en dat Dunk een gerechtvaardigd belang heeft bij een veroordeling tot nakoming van het beding. De gevorderde nakoming van het geheimhoudingsbeding is niet bestreden en ligt aldus voor toewijzing gereed.

Beperking van werking en looptijd relatiebeding

De werking van het relatiebeding wordt evenwel beperkt tot een door Dunk opgestelde lijst van relaties en cliënten. Anders dan Dunk stelt, geldt het verbod niet voor haar totale relatiebestand. Het standpunt van Dunk dat de lijst moet worden uitgebreid met rechtspersonen die onderdeel uitmaken van het concern van de rechtspersonen en hun ondernemingen uit de lijst, wordt niet gevolgd, daar rechtspersonen geacht worden zelfstandig en onafhankelijk van elkaar te opereren. De voorzieningenrechter ziet tevens aanleiding om de looptijd van het beding te beperken. Aan dit oordeel ligt ten grondslag dat de bodemrechter naar alle waarschijnlijkheid zal oordelen dat de looptijd van het relatiebeding zal worden gesteld op één jaar, ingaande op 1 juli 2016 en eindigend op 1 juli 2017. In dit verband is van betekenis dat Dunk eind juni 2016 aan gedaagde heeft medegedeeld dat hij niet meer tewerkgesteld zal worden. Gedaagde is nadien evenmin feitelijk opgeroepen voor het verrichten van de overeengekomen werkzaamheden.

Rechterlijk gebod tot nalaten ex 3:296 BW

Ten aanzien van de door gedaagde gebruikte flyers en de website van zijn onderneming overweegt de kantonrechter als volgt. Op de foto’s in de flyers en op de website zijn geen namen of logo’s te zien en de foto’s zijn ook niet op andere wijze te herleiden tot een bedrijf of merk. Er is derhalve geen grond om gedaagde te verbieden de foto’s te gebruiken. Het voorgaande geldt echter niet voor de Checklist. Dunk heeft gemotiveerd en onderbouwd gesteld dat zij veel investeringen heeft gepleegd om de tekst van de Checklist op te stellen en dat de Checklist binnen de branche wordt geassocieerd met haar onderneming. Gelet daarop kan gedaagde niet volstaan met een blote betwisting en had het op zijn weg gelegen om zijn stelling dat de tekst een internationale standaard is die vrij makkelijk op internet te vinden is, te onderbouwen. Dit brengt met zich dat gedaagde door de kantonrechter wordt veroordeeld om zich te onthouden van het gebruik van de tekst van de Checklist. Tot slot overweegt de kantonrechter dat een dwangsom zal worden opgelegd als stimulans tot nakoming van de gegeven beslissing.