Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 25 april 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:3967
werknemer/General Logistics Systems Netherlands B.V.
Feiten
Werknemer is op 2 januari 2001 bij de rechtsvoorganger van GLS in dienst getreden. Op vrijdagochtend 17 december 2017 stond op de werkvloer van de loods een van de bank gevallen/afgehaald pakket dat beschadigd was. In dit pakket zaten zaagbladen voor een decoupeerzaag. Werknemer heeft drie kartonnetjes in zijn broekzak gestopt. De overige kartonnetjes zijn omgepakt in een nieuwe doos. Na controle via camerabeelden is geconstateerd dat het pakket onvolledig was. Nadat werknemer van een collega had gehoord dat het vermoeden bestond dat er spullen uit het beschadigde pakket waren gehaald, heeft hij de drie kartonnetjes uit zijn broekzak gehaald en bij deur 23 op de grond laten vallen en uiteindelijk op de daarvoor bestemde plaats ingeleverd. GLS heeft de camerabeelden bekeken, waarna op maandag 18 december 2017 ACB Bedrijfsrecherche is ingeschakeld. Op 20 december 2017 is werknemer gehoord. Op 20 december 2017 is werknemer met onmiddellijke ingang geschorst. Op 22 december 2017 is werknemer in de ochtend op staande voet ontslagen. Bij brief van 22 december 2017 is het ontslag op staande voet schriftelijk bevestigd. Werknemer verzoekt onder meer vernietiging van het ontslag op staande voet en loondoorbetaling. Bij wijze van zelfstandig verzoek wordt door GLS verzocht de arbeidsovereenkomst (voorwaardelijk) te ontbinden.
Oordeel
De dringende reden die is meegedeeld is blijkens de ontslagbrief van 22 december 2017 dat het handelen van werknemer op 15 december 2017 wordt aangemerkt als een dringende reden. Daarbij verwijst GLS uitdrukkelijk naar het door haar gevoerde zerotolerancebeleid zoals opgenomen in het personeelshandboek. Naar het oordeel van de kantonrechter levert het complex van voornoemde feiten en omstandigheden voldoende grond op voor een ontslag op staande voet. De kantonrechter is van oordeel dat het voor werknemer voldoende duidelijk moet zijn wat hiermee bedoeld wordt. Werknemer heeft immers zaagbladen uit een pakket van een opdrachtgever gehaald en deze in zijn broekzak gestoken. De kantonrechter acht het niet relevant dat werknemer de betreffende zaagbladen niet mee naar huis heeft genomen en ook niet in zijn eigen locker heeft bewaard. Evenmin acht de kantonrechter van belang dat werknemer de zaagbladen heeft teruggelegd. Daargelaten de vraag of diefstal hier in – de enge – strafrechtelijke dan wel civielrechtelijke zin moet worden opgevat, geldt in beide gevallen dat door de zaagbladen in de zak te steken de vereiste wegnemingshandeling was voltooid. Van vrijwillige terugtred is – ook daarmee – geen sprake. Werknemer wist althans had kunnen weten dat GLS een zerotolerancebeleid voert op het gebied van diefstal. Daarbij geldt dat het vervoeren van goederen van opdrachtgevers de corebusiness van GLS is, waarbij zij dus volledig op haar werknemers dient te vertrouwen. Mede gelet hierop dient een afweging van belangen in het nadeel van werknemer uit te vallen. Het is evident dat een ontslag op staande voet een grote impact heeft. De belangen van GLS wegen zwaarder, temeer nu werknemer had kunnen weten dat zijn gedragingen niet getolereerd zouden worden. Het vorenstaande brengt met zich dat naar het oordeel van de kantonrechter het ontslag op staande voet rechtsgeldig is en standhoudt. Het ontslag op staande voet is bovendien onverwijld gegeven. De kantonrechter is van oordeel dat GLS voldoende voortvarend en zorgvuldig te werk is gegaan. Dat het ingeschakelde recherchebureau eerst op woensdag 22 december 2017 met zijn onderzoek is kunnen starten, doet hieraan niet af. Omdat in casu sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van werknemer, kan ook geen transitievergoeding worden toegekend. De vorderingen tot betaling van het loon, de wettelijke verhoging en de wettelijke rente treffen hetzelfde lot en zullen eveneens worden afgewezen.