Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Arturo Riva B.V. c.s.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 8 mei 2018
ECLI:NL:RBROT:2018:3706

werknemer/Arturo Riva B.V. c.s.

Concurrentie- en relatiebeding is als gevolg van een fusie zwaarder gaan drukken en diffuus geworden. Ook beschikte werknemer over onvoldoende concrete, concurrentiegevoelige bedrijfsinformatie.

Feiten

Werknemer is op 27 juli 2017 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Arturo Riva B.V. (hierna: Arturo Riva) in de functie van logistiek supervisor. Arturo Riva houdt zich bezig met alle aspecten van het bevoorraden van schepen. In de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst is zowel een concurrentiebeding als een relatiebeding opgenomen. In 2017 is Arturo Riva een samenwerking aangegaan met Maas Shipstores B.V. (hierna: Maas Shipstores). Op 16 november 2017 heeft Arturo Riva werknemer verzocht in dienst te treden bij Maas Shipstores. Aansluitend daarop heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst aan Arturo Riva per 1 april 2018 opgezegd. Werknemer wenst thans in dienst te treden bij RMS Marine Service B.V. (hierna: RMS), een concurrent van Arturo Riva en Maas Shipstores. Op 8 maart 2016 heeft Arturo Riva aan werknemer laten weten dat zij het concurrentie- en relatiebeding handhaaft. Werknemer vordert in een kortgedingprocedure het concurrentie- en relatiebeding geheel dan wel gedeeltelijk te schorsen.

Oordeel

Wie is werkgever?

Partijen verschillen allereerst van mening over het antwoord op de vraag wie laatstelijk de werkgever van werknemer was. Volgens Arturo Riva en Maas Shipstores was werknemer ten tijde van de opzegging formeel nog in dienst van Arturo Riva, daar de veranderende arbeidsverhoudingen in het kader van de fusie tussen Arturo Riva en Maas Shipstores nog niet waren geformaliseerd. Volgens de kantonrechter kan uit de enkele feiten dat Maas Shipstores vanaf januari 2018 het loon aan werknemer betaalde en de schriftelijke bevestiging van de opzegging van Maas Shipstores afkomstig was, evenwel niet zonder meer worden afgeleid dat Maas Shipstores ook formeel/juridisch gezien de positie van werkgever van Arturo Riva heeft overgenomen.

Zwaarder drukken-criterium

Voorts is de kantonrechter van oordeel dat het concurrentie- en het relatiebeding tussen Arturo Riva en werknemer opnieuw schriftelijk overeengekomen had moeten worden. Hiertoe wordt als volgt overwogen. De functie van werknemer is als gevolg van de fusie tussen Arturo Riva en Maas Shipstores gewijzigd. Het pand van Arturo Riva is verkocht en werknemer is tewerkgesteld bij Maas Shipstores in Rotterdam-Hoogvliet en vervolgens bij Maas Trading, een zusterbedrijf van Maas Shipstores. Waar werknemer zich bij Arturo Riva bezighield met interne logistieke processen van de scheepsbevoorrading, is hij bij Maas Trading aan het werk gegaan in de orderverwerking ter zake van de wereldwijde handel in levensmiddelen ten behoeve van internationale cateraars. Dat dit volgens Arturo Riva en Maas Shipstores niet de definitieve rol van werknemer binnen het Maas Riva-concern zou worden, maakt dit oordeel niet anders. Duidelijk is namelijk dat werknemer niet meer zou terugkeren in zijn oude functie bij Arturo Riva.

Reikwijdte concurrentiebeding

Ook heeft het moederbedrijf van Arturo Riva, Ligabue, Maas Shipstores in oktober 2017 aangekocht. Hierdoor zijn zowel Maas Shipstores als de aan haar gelieerde ondernemingen ‘affiliated’ geworden aan Arturo Riva in de zin van het concurrentie- en relatiebeding. Hierdoor is de reikwijdte van het concurrentie- en relatiebeding veel groter geworden dan werknemer bij het aangaan daarvan had kunnen voorzien. Zo is bijvoorbeeld sprake van een grotere klantenkring en andere relaties. Ook is van belang dat Maas Trading zich richt op een compleet ander marktsegment dan Arturo Riva, te weten: het bevoorraden van cateraars ten behoeve van de olie- en gaswinning en mijnbouw buiten Europa. Het vorenstaande brengt dan ook met zich dat het concurrentie- en relatiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken. Voorts wordt overwogen dat de reikwijdte van het concurrentie- en relatiebeding momenteel onduidelijk en diffuus is geworden. Hierbij is mede van belang dat vast is komen te staan dat in de internationale scheepsvaartsector geen sprake is van klantloyaliteit dan wel van langlopende klantrelaties. Geoordeeld wordt dat voldoende aannemelijk is geworden dat het concurrentie- en relatiebeding in de bodemprocedure volledige gelding zal verliezen.

Belangenafweging

Tot slot wordt ten overvloede overwogen dat ook de belangenafweging tot een schorsing van het concurrentie- en relatiebeding zou hebben geleid. Hierbij is van belang dat werknemer voornamelijk een niet-commerciële functie bekleedde en over onvoldoende concrete, concurrentiegevoelige informatie beschikte. Verder heeft werknemer een duidelijk belang bij indiensttreding bij RMS. Hij krijgt namelijk een hogere functie tegen verbeterde arbeidsvoorwaarden. Hier staat tegenover dat, hoewel vastgesteld kan worden dat werknemer zich bij Arturo Riva heeft kunnen ontwikkelen en enkele carrièrestappen heeft gemaakt, ter zitting is gebleken dat de rol van werknemer binnen de nieuwe combinatie Maas Riva (nog) niet helder was.