Rechtspraak
werknemer/werkgeverRechtbank Amsterdam, 3 september 2018
werknemer/werkgever
Feiten
Werknemer is op 1 juli 2004 bij werkgever in dienst getreden, laatstelijk in de functie van Vice President Global Logistics & Customs. Het bedrijf kent voor werknemers een Long Term Incentive Plan (LTIP). Een deelnemer van LTIP heeft de mogelijkheid om drie soorten opgebouwde aanspraken geldend te maken. Voor deze uitspraak is de Additional Capital II relevant, die wordt uitgekeerd zodra de ‘performance hurdle’ is gehaald. Partijen hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten en de arbeidsovereenkomst is per 30 juni 2017 beëindigd. In artikel 10 van de vaststellingsovereenkomst is opgenomen dat werknemer aanspraak houdt op de Long Term Incentive awards over 2013 en 2014. Werknemer heeft na einde dienstverband, namelijk op 23 augustus 2017, de performance hurdle behaald (over 2014) en verzoekt uitbetaling van Additional Capital II. Werkgever weigert uitbetaling, omdat werknemer op basis van artikel 8.2 van de Terms en Condition, gelet op zijn datum uitdiensttreding, geen recht heeft op het Additional Capital II. Werknemer vordert onder meer een verklaring voor recht dat hij recht heeft op uitbetaling van Additional Capital II.
Oordeel
De rechter oordeelt dat de werknemer er op basis van de tekst in artikel 10 van de vaststellingsovereenkomst gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat werkgever hem in afwijking van hetgeen was opgenomen in de Terms & Conditions toch het Additional Capital II toekende. Artikel 10 van de vaststellingsovereenkomst was kennelijk niet eenduidig voor partijen, waardoor niet alleen naar de zuiver taalkundige uitleg, maar ook naar de partijbedoeling moet worden gekeken. Partijen hebben bij de onderhandelingen niet gesproken over de aanspraak op Additional Capital II. Op basis van de tekst, waarin is opgenomen dat de awards (aanspraken) intact (heel) blijven, mocht werknemer verwachten dat hij recht bleef houden op de complete set awards over 2013 en 2014. Als werkgever dat niet had gewild had hij als professionele partij werknemer moeten wijzen op artikel 8.2 van de Terms en Conditions. De rechter veroordeelt werkgever tot betaling van het Additional Capital II.