Naar boven ↑

Rechtspraak

Fromatech/werknemer
Hoge Raad, 8 maart 2019
ECLI:NL:HR:2019:313

Fromatech/werknemer

Concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd: motivering, nietigheidsanctie, belangenafweging en bewijslast.

Feiten

(Cassatieberoep van AR 2018-0087) Werknemer is met ingang van 1 juni 2016 in dienst getreden bij werkgever als applicatietechnoloog op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De arbeidsovereenkomst is door werknemer met ingang van 1 juli 2017 opgezegd. Werkgever heeft gehoord dat werknemer bij IMCD zal gaan werken en stelt zich op het standpunt dat werknemer bij indiensttreding bij dit bedrijf het non-concurrentiebeding en het relatiebeding zal overtreden. De kantonrechter heeft het relatiebeding en het non-concurrentiebeding geschorst in kort geding. Werkgever komt tegen dit vonnis in hoger beroep. Tussen partijen is in geschil of uit de schriftelijke motivering blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen van de werkgever. De kantonrechter en het hof hebben de vordering tot schorsing van het concurrentiebeding toegewezen.

Conclusie A-G Wesseling-van Gent

De A-G gaat in op een aantal aspecten van het concurrentiebeding in een bepaaldetijdscontract. Allereerst acht zij onvoldoende dat er 'een motivering' is opgenomen. Er is meer nodig. De motivering moet deugdelijk zijn. Wat de belangenafweging betreft, wordt het volgende overwogen. In de schriftelijke toelichting van Fromatech wordt betoogd dat met de gekozen bewoordingen ‘onbillijke benadeling’ een beperking van de af te wegen belangen is beoogd en dat daarvoor steun is te vinden in de parlementaire geschiedenis van de wet van 1907. Vernietiging zou pas dienen plaats te vinden als een specifieke belangenafweging leidt tot onbillijke benadeling van de werknemer in de zin van 'het beduidend doorslaan van de weegschaal in de richting van de werknemer'. In een dergelijke belangenafweging past het meewegen van de gemiste voordelen van de werknemer niet, aldus de toelichting. De A-G volgt Fromatech hierin niet. Werkgever heeft de stelplicht en bewijslast van het rechtsgeldig overeengekomen concurrentiebeding.

Oordeel

De Hoge Raad oordeelt als volgt. De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 lid 1 Wet RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.