Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Y en X
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 1 september 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:2389
Werkgever heeft voldaan aan zijn zorgplicht ex artikel 7:658 BW. Het gebruikmaken van een gewone vaste trap voor het sloopklaar maken van een woning vormt een alledaagse activiteit waarvoor geen nadere instructies, maatregelen of voorzieningen zijn vereist.

Feiten

Werknemer is met ingang van 22 september 2014 een uitzendovereenkomst aangegaan met de inmiddels ontbonden vof Sofia Uitzendbureau VOF (verder: Sofia). Y was een van de vennoten van Sofia. Werknemer werd door Sofia tewerkgesteld bij inlener X. Op 10 april 2015 heeft werknemer letsel opgelopen tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden voor X. De werkzaamheden bestonden die dag uit het gereedmaken van een woning te Amsterdam voor sloop. Werknemer is daarbij ten val gekomen en over de trap tussen de tweede en de eerste verdieping naar beneden gegleden. X heeft op 10 april 2015 melding gemaakt van het ongeval bij de Inspectie SZW, die op 14 april 2015 onderzoek heeft gedaan op de ongevalslocatie. In de notities daarvan heeft de arbeidsinspecteur opgenomen dat de vaste trap is bekleed met hoogpolig tapijt, dat het tapijt overal vast op de trap ligt, dat de trap in totaal 15 treden heeft en dat langs een groot deel van de trap een reling liep die vast zit en in goede staat verkeerde. Direct na het ongeval is X met werknemer naar het BovenIJ ziekenhuis gegaan. Daar werd geconstateerd dat de pols van werknemer gebroken was. Werknemer heeft zijn werkzaamheden bij X na het ongeval niet meer hervat. Werknemer heeft in eerste aanleg een verklaring voor recht gevorderd dat Y en X aansprakelijk zijn voor de schade die werknemer heeft geleden als gevolg van het arbeidsongeval dat zich op 10 april 2015 heeft voorgedaan. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen en werknemer in de proceskosten veroordeeld. De grieven van werknemer strekken gezamenlijk tot de conclusie dat Y en X hun zorgplicht jegens werknemer hebben geschonden en daarom hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door werknemer geleden schade.

Oordeel

X heeft gesteld en onderbouwd dat zij in algemene zin maatregelen heeft getroffen om het gevaar van vallen en struikelen op de werkvloer tegen te gaan. Daartoe heeft zij verwezen naar kwaliteitscertificaten en naar het risico-inventarisatie en -evaluatierapport, waaruit blijkt op welke wijze X in het algemeen de risico’s op de werkplek (waaronder het risico op struikelen en vallen) inventariseert en ondervangt. In het bijzonder blijkt daaruit dat X gewend is om van elke werkplek een risico-inventarisatie te maken, op grond waarvan veiligheidsvoorzieningen worden getroffen en instructies worden gegeven (Sloopplan). Zij stelt dat dit ook in het onderhavige geval is gebeurd. Onbetwist is gesteld dat werknemer op kosten van X een VCA-cursus heeft gevolgd, waarbij in het bijzonder aandacht is besteed aan de specifieke risico’s op de werkvloer en hoe daarmee om te gaan. Tevens heeft zij gesteld dat voorafgaand aan de bewuste werkzaamheden een werkinstructie heeft plaatsgevonden en dat werknemer van beschermingsmiddelen zoals veiligheidsschoenen en een helm was voorzien, hetgeen door werknemer niet is betwist. Naar het oordeel van het hof heeft X daarmee voldoende gesteld voor de conclusie dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan. Voor alledaagse activiteiten en daaruit voortvloeiende alledaagse risico’s zijn in beginsel geen nadere maatregelen of voorzieningen vereist. Het hof is met Y en X van oordeel dat het gebruikmaken van een gewone vaste trap in een woning op zichzelf geen activiteit is die noopt tot het geven van nadere instructies of het treffen van nadere of specifieke voorzieningen. De stelling van werknemer dat de werkzaamheden onder moeilijke (sloop)omstandigheden verricht dienden te worden, is onvoldoende onderbouwd. Het enkele feit dat de woning gesloopt zou gaan worden, brengt ook niet zonder meer mee dat de trap niet meer intact zou zijn, zoals door werknemer wordt gesuggereerd. Dat de conditie van de trap meebracht dat een groter dan alledaags risico bestond, is evenmin voldoende gemotiveerd aangevoerd. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat volgens het rapport van de Inspectie SZW de trap in goede staat verkeerde. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat Y en X hun zorgplicht naar behoren hebben vervuld en Y en X niet aansprakelijk zijn voor de door werknemer als gevolg van de val geleden schade. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd.