Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 26 april 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:2032
Feiten
Werkneemster is op 1 september 1999 aangesteld bij Stichting Waternet (hierna: Waternet) in de functie van technisch administratief medewerkster. Met ingang van 27 augustus 2002 is aan werkneemster als gevolg van een hersenbloeding een gedeeltelijke WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65-80%. Per 27 november 2008 is het arbeidsongeschiktheidspercentage 55-65%. Vanaf 2013 was werkneemster conform het advies van de bedrijfsarts werkzaam op een aangepaste (prikkelarme) werkplek. In het kader van een reorganisatie is werkneemster per 1 januari 2017 in een bredere functie geplaatst, namelijk financieel administratief medewerkster Ondersteuning. In april 2018 is werkneemster begonnen met het inwerken op de functie dienstverlener E. Werkneemster heeft zich na twee keer inwerken per 2 mei 2018 ziek gemeld. Waternet heeft conform het advies van de bedrijfsarts een arbeidspsychologisch en arbeidsdeskundig onderzoek laten uitvoeren. Waternet heeft op 29 november 2018 een plan van aanpak opgesteld. Op 12 december 2018 verscheen het rapport van het arbeidsdeskundig onderzoek. De conclusie van het rapport is dat werkneemster momenteel niet geschikt is voor haar eigen werk. Werkneemster heeft op 29 januari 2019 om een deskundigenoordeel van het UWV verzocht. De conclusie van het UWV is dat de re-integratie-inspanningen van Waternet onvoldoende zijn geweest, omdat geen probleemanalyse is opgesteld en Waternet onvoldoende is ingegaan op het aanbod van werkneemster om aangepast werk te verrichten. In juni 2019 heeft Waternet Heliomare ingeschakeld om werkneemster te begeleiden naar een arbeidsplaats elders. Met ingang van 1 december 2020 heeft Waternet met toestemming van het UWV de arbeidsovereenkomst opgezegd. Werkneemster verzoekt Waternet te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding ad € 47.053,38.
Oordeel
Werkneemster verwijt Waternet onvoldoende re-integratie-inspanningen te hebben verricht, door zich enkel te richten op re-integratie in het tweede spoor. Indien vast komt te staan dat Waternet de mogelijkheden voor re-integratie via het eerste spoor onvoldoende heeft onderzocht, kan dit naar het oordeel van de kantonrechter niet als ernstig verwijtbaar handelen dan wel nalaten van Waternet worden aangemerkt, ook al is er wellicht op deze handelwijze wel wat aan te merken. Waternet heeft immers gehandeld conform adviezen van de bedrijfsarts en het arbeidsdeskundig onderzoek. Daarnaast heeft Waternet verscheidene re-integratie-activiteiten verricht, zoals het inschakelen van een bedrijfsarts, het opmaken van een FML, het laten uitvoeren van verschillende onderzoeken, het inschakelen van een loopbaancoach en re-integratiebureau en het bijhouden van een logboek. Dat Waternet zich eerst heeft gericht op herstel en de uitkomsten van de onderzoeken heeft afgewacht kan niet als ernstig verwijtbaar worden aangemerkt. De kantonrechter volgt werkneemster dan ook niet in haar stelling dat Waternet haar (bewust) ‘ziek gemeld heeft gehouden’. Ook het verwijt dat Waternet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door werkneemster in 2017 een bredere en meer belastende functie toe te kennen, waardoor haar arbeidsongeschiktheid is toegenomen, kan de kantonrechter niet volgen. Behalve dat Waternet gemotiveerd heeft betwist dat de functie van werkneemster door de functiewijziging zwaarder is geworden, is onweersproken aangevoerd dat er in 2017 medisch gezien geen belemmering bestond om werkneemster in deze functie te plaatsen en dat zij hiertegen ook geen bezwaar heeft aangetekend. Bovendien heeft werkneemster onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het veronderstelde ernstig verwijtbaar handelen van Waternet uiteindelijk tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft geleid. De enkele stelling dat Waternet werkneemster ziek gemeld heeft gehouden en de kans bestaat dat werkneemster door het niet starten met re-integratie via spoor 1 zieker is geworden, is hiertoe niet voldoende. De conclusie is dat geen sprake is geweest van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Waternet dat tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid heeft geleid. Dit betekent dat geen aanleiding bestaat om aan werkneemster een billijke vergoeding toe te kennen.