Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/CHC Helicopters Netherlands B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 28 juli 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:6678
Het ontslag van een helikopterpiloot wordt vernietigd omdat de wederindiensttredingsvoorwaarde is geschonden. De werkgever heeft twee andere piloten het werk van de ex-werknemer laten verrichten.

Feiten

Werknemer is op 2 januari 2002 bij CHC Helicopters Netherlands B.V. (hierna: CHC) in dienst getreden, laatstelijk in de functie van helikopterpiloot. Het UWV heeft CHC toestemming gegeven om de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen wegens een bedrijfseconomische reden. CHC heeft de arbeidsovereenkomst met werknemer opgezegd op 20 januari 2021 en met ingang van 1 maart 2021. Werknemer verzoekt de kantonrechter de opzegging van de arbeidsovereenkomst door CHC te vernietigen en CHC te veroordelen tot tewerkstelling van werknemer en betaling van loon.

Oordeel

De kantonrechter overweegt dat vaststaat dat CHC twee helikopterpiloten (X en Y) heeft ingezet voor het uitvoeren van vluchten vanuit Aberdeen met een helikopter type S-92 in de periode tot 1 april 2021. Niet ter discussie staat dat voor het vliegen van een type S-92 een certificering vereist is, waarover werknemer niet beschikt. Wel heeft werknemer een certificering voor een helikopter type AW-139 en dat is ook de helikopter waarmee hij zijn werkzaamheden voornamelijk uitvoerde. CHC hoefde de werkzaamheden met een helikopter type S-92 niet aan te bieden aan werknemer en de wederindiensttredingsvoorwaarde is ten aanzien van deze werkzaamheden daarom ook niet geschonden. De wederindiensttredingsvoorwaarde geldt immers alleen in geval van dezelfde, uitwisselbare werkzaamheden. Vast staat ook dat de werkzaamheden van X en Y met een helikopter met type S-92 zijn geëindigd op 1 april 2021 en dat zij daarna zijn ingezet voor werkzaamheden met een helikopter type AW-139. Op de zitting heeft CHC de verwachting uitgesproken dat die werkzaamheden in ieder geval nog tot september 2021 zullen voortduren. CHC moest op grond van de wederindiensttredingsvoorwaarde de werkzaamheden die Y vanaf 1 april 2021 uitvoert met een helikopter type AW-139 wel aanbieden aan werknemer. Dat zijn immers dezelfde werkzaamheden als die welke werknemer voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst verrichtte en daarmee zijn het ook uitwisselbare werkzaamheden. CHC heeft geen aanbod aan werknemer gedaan en hem niet in de gelegenheid gesteld die werkzaamheden te gaan doen. Het verweer van CHC dat de wederindiensttredingsvoorwaarde niet is geschonden, omdat de werkzaamheden van Y met een helikopter type AW-139 na 1 april 2021 tijdelijk en niet structureel van aard zijn, treft geen doel. Bepalend is niet of sprake is van werkzaamheden voor onbepaalde tijd en met een structureel karakter. Bepalend is of na opzegging blijkt dat er weer werk is voor de betreffende werknemer. De stelling van CHC dat de wederindiensttredingsvoorwaarde niet geldt voor de werkzaamheden die zij na 1 april 2021 door Y laat verrichten, omdat Y geen nieuwe werknemer is en al bij haar in dienst was, gaat ook niet op. Gelet op de wettelijke bepaling kan de wederindiensttredingsvoorwaarde ook zien op werknemers die CHC al in dienst had, zoals Y. De uitspraken waarnaar CHC ter onderbouwing van haar standpunt verwijst, leiden niet tot een ander oordeel, nu deze gaan over de regels die golden voor 1 juli 2015. Die regels zijn in deze zaak niet van toepassing. Dit alles leidt ertoe dat het verzoek van werknemer zal worden toegewezen en de opzegging van de arbeidsovereenkomst zal worden vernietigd.