Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 5 april 2022
ECLI:NL:RBNNE:2022:1059
Feiten
Werknemer is op 1 juni 2020 op basis van een jaarcontract als HR-manager in dienst van Hepro Productie B.V. (hierna: Hepro) getreden. Onderdeel van de arbeidsovereenkomst is de terbeschikkingstelling van een bedrijfsauto voor zakelijk en privégebruik. Eind maart, begin april 2021 wordt gesproken over een eventuele contractverlenging. Bij brief van 13 april 2021 heeft Hepro aan werknemer (onder andere) te kennen gegeven dat een overdracht van de werkzaamheden plaats dient te vinden, waarna werknemer op non-actief zal worden gesteld en de bedrijfsauto dient te worden ingeleverd. Vervolgens vindt een gesprek plaats waarbij de gemoederen over en weer zijn opgelopen. De auto is op dat moment ingeleverd en werknemer bevestigt schriftelijk dat hij gedurende de periode van non-activiteit zijn vakantiedagen zal opnemen en afziet van een financiële compensatie voor het voortijdig inleveren van de auto.
Werknemer is alsnog van mening dat Hepro haar verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst niet is nagekomen en zich niet als goed werkgever heeft gedragen en vordert alsnog een vergoeding kosten rechtsbijstand, een bedrag aan niet uitbetaalde vakantie-uren en een vergoeding voor kosten vervangend vervoer. Tevens stelt werknemer de bestuurder van Hepro op grond van artikel 6:162 BW persoonlijk aansprakelijk. Hepro betwist onder verwijzing naar de schriftelijke bevestiging van werknemer de vorderingen en de persoonlijke aansprakelijkheid.
Oordeel
De kantonrechter stelt zich op het standpunt dat een discussie over de omgangsvormen en elkaars functioneren niet van belang is voor de beoordeling van de voorliggende vorderingen, die gezien hun aard zuiver en alleen zien op de nakoming van de “zakelijke” verplichtingen uit (de beëindiging van) de arbeidsovereenkomst.
De persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurder
De kantonrechter wijst deze vordering af. Indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis, is het uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is er echter, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap als deze een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende is gesteld dat aan alle vereisten voor een onrechtmatige daad als bedoeld in artikel 6:162 BW wordt voldaan, waarbij in het bijzonder in het geheel niet is gesteld op grond waarvan dit gedrag leidt tot een persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurder voor vorderingen op Hepro in haar hoedanigheid van werkgever.
De vakantie-uren en de bedrijfsauto
De kantonrechter constateert dat tussen partijen weliswaar is gecorrespondeerd over diverse twistpunten teneinde tot afspraken te komen, in welk kader werknemer in de brief van 15 april 2021 akkoord is gegaan met (onder andere) het doen van afstand van zijn recht op uitbetaling van de vakantie-uren, maar dat het niet tot een allesomvattende regeling is gekomen. Dit betekent dat werknemer op die voor hem nadelige akkoordverklaring heeft mogen terugkomen. De vordering vakantie-uren wordt toegekend inclusief de maximale wettelijke verhoging. De bedrijfsauto mocht zowel zakelijk als privé worden gebruikt, wat betekent dat de verstrekking van de auto als arbeidsvoorwaarde wordt gezien en dat het privégebruik als looncomponent kwalificeert. Ingevolge artikel 7:628 lid 1 BW behoudt de werknemer het recht op loon indien hij de overeengekomen arbeid niet heeft verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen. Een schorsing of een op non-actiefstelling ligt in de risicosfeer van de werkgever, zodat de werkgever ook tijdens een schorsing of een op non-actiefstelling verplicht is tot doorbetaling van loon. Artikel 7:628 BW is van dwingend recht, en iedere afwijking daarvan ten nadele van de werknemer is nietig (art. 7:628 lid 10 BW). Het stond Hepro naar het oordeel van de kantonrechter derhalve niet vrij om van werknemer te verlangen dat deze de bedrijfsauto inleverde. De vergoeding voor het privégebruik van de auto wordt toegewezen.