Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Consolid Openbaar Vervoer B.V.
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 26 augustus 2022
ECLI:NL:RBNNE:2022:3474
Werknemer heeft geen spoedeisend belang bij vordering zestien maanden na wijziging uitzendbureau. Geen overgang van onderneming. Overstap uitzendkrachten naar ander uitzendbureau onvoldoende voor kwalificatie economische eenheid.

Feiten

Werknemer is per 8 oktober 2008 in dienst getreden bij Consolid Openbaar Vervoer B.V. (hierna: Consolid). Consolid exploiteert een uitzendbureau. Werknemer werd als uitzendkracht ingezet als buschauffeur bij Arriva. In het voorjaar van 2019 is het contract tussen Arriva en Consolid, op basis waarvan Consolid exclusief uitzendkrachten aan Arriva ter beschikking stelde, beëindigd. Arriva is vervolgens uitzendkrachten van uitzendbureau Randstad gaan inlenen. Werknemer is in mei 2019 uit dienst getreden bij Consolid en in dienst getreden bij Randstad. Met ingang van 1 april 2021 heeft Arriva het contract met Randstad beëindigd en opnieuw een overeenkomst met Consolid gesloten. Bij e-mail van 10 maart 2021 heeft werknemer Consolid medegedeeld dat hij graag zou terugkeren naar Consolid. Een consulente van Consolid heeft hierop gereageerd met het verzoek aan werknemer om zijn CV op te sturen. Verder liet de consulente weten dat zij ervoor zou zorgen dat alles op 1 april zou zijn geregeld en klaar zou staan zodat de uitzendkrachten weinig hinder van de transitie zouden ondervinden. Hierna heeft werknemer niks meer van Arriva gehoord. Bij e-mail van 12 april 2021 heeft werknemer Consolid bericht dat hij graag een contract voor onbepaalde tijd krijgt, zodat hij bij Arriva kan worden ingezet. Consolid heeft daarop afwijzend gereageerd met de mededeling dat zij heeft besloten de sollicitatie van werknemer bij Arriva af te wijzen. Werknemer vordert veroordeling van Consolid tot onder meer betaling van loon en hem in staat te stellen zijn werkzaamheden te hervatten bij Arriva via Consolid.

Oordeel

Werknemer stelt zich op het standpunt dat hij ingaande 1 april 2021 op grond van overgang van onderneming van rechtswege bij Consolid in dienst is gekomen en dat hij op grond daarvan aanspraak kan maken op arbeid (bij Arriva) en op loon. De dagvaarding waarmee dit kort geding is ingeleid aan Consolid is betekend op 2 augustus 2022, derhalve zestien maanden later. Werknemer heeft niet overtuigend kunnen verklaren waarom hij zo lang heeft gewacht met het uitbrengen van de dagvaarding. De kantonrechter is van oordeel dat in deze situatie het benodigde spoedeisend belang ontbreekt en reeds om die reden de gevorderde voorziening niet kan worden toegewezen. Ter zitting is gebleken dat werknemer in feite de vraag beantwoord wil zien of hij per 1 april 2021 op grond van overgang van onderneming van rechtswege bij Consolid in dienst is gekomen. De kortgedingprocedure is niet de aangewezen weg voor de definitieve beantwoording van die vraag, maar omdat beide partijen graag een voorlopig oordeel willen overweegt de kantonrechter ten overvloede het volgende. Arriva leende tot 1 april 2021 uitzendkrachten in van Randstad ten behoeve van het invullen van haar flexibele schil. Dit gebeurde op basis van een exclusieve overeenkomst. Op 1 april 2021 is die relatie geëindigd en vanaf die datum leent Arriva deze uitzendkrachten (buschauffeurs) in van Consolid. In dit geval gaat het erom dat Arriva buschauffeurs die zij extern inleent om in te zetten met ingang van 1 april 2021 niet langer inleent van Randstad, maar van Consolid. Ook indien ervan uit wordt gegaan dat er meerdere uitzendkrachten van Randstad naar Consolid zijn overgestapt en aldus voor Arriva zijn blijven rijden is dit te weinig om dit als een economische eenheid te kwalificeren en om de vervreemding van een lopend bedrijf aan te nemen. Uit het Jouini-arrest, waarnaar Consolid heeft verwezen, kan in verband hiermee worden afgeleid dat er bij het onderzoek naar overgang van onderneming bij uitzendbureaus acht dient te worden geslagen op meer dan alleen de uitzendkrachten omdat de economische eenheid in dat geval zal bestaan uit een af te bakenen geheel van kantoorpersoneel en uitzendkrachten die overgaan naar een ander uitzendbureau om daar dezelfde werkzaamheden ten dienste van dezelfde klanten te blijven verrichten. Van dat samenstel was in dit geval geen sprake.