Rechtspraak
Feiten
Werknemer was vanaf 1978 in dienst van (een rechtsvoorganger van) Arriva. Werknemer is per 11 april 2017 uitgevallen door arbeidsongeschiktheid. Werknemer is - in ieder geval vanaf 2000 - betrokken geweest bij meerdere incidenten als (bijna) aanrijdingen, spoorlopers, suïcidepogingen en agressie van reizigers. In deze procedure hebben partijen met name twee incidenten in detail naar voren gehaald. (i) Bij een incident op 5 december 2013 is de voorruit van de cabine waarin werknemer zich bevond doorboord door de dissel van een aanhangwagen, waarbij de dissel hem ternauwernood heeft gemist. (ii) Als gevolg van een aanrijding op 9 juli 2014 zijn twee inzittenden van een auto vrijwel direct omgekomen en is een derde zwaar gewond geraakt. Op 16 december 2013 heeft er een gesprek met werknemer plaatsgevonden, waarin werknemer heeft aangegeven dat het slecht met hem gaat en hij onvoldoende is begeleid na het ongeval. Na het ongeval op 9 juli 2014 heeft werknemer gesprekken gehad met de bedrijfsarts. Op 2 september 2014 heeft de bedrijfsarts geconstateerd dat sprake lijkt van een stressstoornis. Voorgesteld is om werknemer door te verwijzen naar HSK (psychische (werk)nemerszorg), hetgeen Arriva heeft gedaan. Werknemer heeft zich per 12 oktober 2015 ziekgemeld. Werknemer heeft zijn werkzaamheden per 4 april 2016 weer volledig hervat. Werknemer heeft zich per 1 oktober 2016 wederom ziekgemeld. Bij brief van 17 oktober 2016 heeft Arriva werknemer naar aanleiding van het advies van de bedrijfsarts bericht dat hij alleen nog zal worden ingezet op zogenoemde E-, J- en N-blokken en dat hij wordt vrijgesteld van andere blokken. Werknemer heeft zich opnieuw ziekgemeld per 11 april 2017. Er heeft op 22 mei 2017 een expertiseonderzoek en arbeidskundig onderzoek plaatsgevonden. Werknemer is naar aanleiding hiervan verwezen naar een instelling ten behoeve van een specifieke behandeling. Werknemer is door het UWV volledig arbeidsongeschikt bevonden en aan hem is per 9 april 2019 een WIA-uitkering toegekend. Het dienstverband met Arriva is per 13 mei 2019 geëindigd. Werknemer vordert vergoeding van materiële en immateriële schade.
Oordeel
De kantonrechter overweegt dat vaststaat dat bij werknemer PTSS is gediagnostiseerd en dat hij daarmee is uitgevallen van zijn werk. Arriva betwist dat ook niet. Arriva betwist echter wel het bestaan van voldoende causaal verband tussen de PTSS en het werk. Naar het oordeel van de kantonrechter staat vast dat werknemer gedurende zijn werkzaamheden bij herhaling is geconfronteerd met incidenten. De bedrijfsarts heeft geconcludeerd dat alle betrokken medici en behandelaars een directe relatie zien tussen de traumatische incidenten waarbij werknemer betrokken is geweest en de PTSS. De kantonrechter is van oordeel dat hiermee voldoende aannemelijk is dat de PTSS van werknemer door het werk veroorzaakt kan zijn. Werknemer heeft verder voldoende gesteld dat Arriva heeft nagelaten de nodige maatregelen ter voorkoming van schade te nemen, door gemotiveerd te stellen dat voldoende en adequate nazorg na een traumatische gebeurtenis ontbrak en dat hij in de avonduren veelal alleen moest werken en daarbij ook alleen met confronterende situaties moest omgaan. De kantonrechter volgt het standpunt van Arriva dat het verband tussen de gezondheidsschade en de werkomstandigheden te onzeker of onbepaald is dan ook niet. Daarmee geldt dat beoordeeld zal moeten worden of Arriva aan haar zorgplicht heeft voldaan. Onder die zorgplicht valt ook de nazorg na een traumatische gebeurtenis. De kantonrechter oordeelt dat Arriva in het vervolg van het incident van 5 december 2013 steken heeft laten vallen, onder andere door geen voldoende en adequate begeleiding in de dagen na het incident. Voor wat betreft de nazorg na het ongeval van 9 juli 2014 geldt dat Arriva werknemer kort nadien in aanmerking heeft gebracht voor begeleiding door een bedrijfspsycholoog. Tevens heeft enige tijd na het ongeval verwijzing naar en vervolgens behandeling door HSK plaatsgevonden. Daarnaast hebben er regelmatig consulten door de bedrijfsarts plaatsgevonden. Niet kan worden geoordeeld dat Arriva na dit incident van juli 2014 in de begeleiding van werknemer tekort is geschoten. Samenvattend is de kantonrechter van oordeel dat niet kan worden geoordeeld dat Arriva tekort is geschoten in de op grond van artikel 7:658 BW rustende zorgplicht. Weliswaar is geoordeeld dat Arriva na het incident van 5 december 2013 een betere nazorg had moeten bieden, maar dat is, indachtig het vervolgtraject, te weinig om haar aansprakelijk te achten op de wijze die werknemer beoogt.