Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 28 september 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:3844
Beroep op artikel 8 lid 1 Waadi slaagt niet. Geen sprake van ter beschikking stellen van arbeidskrachten in de zin van artikel 1 lid 1 onder c Waadi. Leiding en toezicht ligt bij werkgever, niet bij inlener.

Feiten

Werknemer was in dienst bij een organisatie die nachtreceptionisten (ook wel: nachtportiers) en toezichthouders aan verschillende hotels in Nederland levert. De nachtreceptionisten en toezichthouders van gedaagde zijn gedurende de nacht bovenal verantwoordelijk voor de veiligheid en rust in de hotels. Alle medewerkers van werkgever vervullen zowel de rol van nachtreceptionist als de rol van toezichthouder. Zij worden hiertoe wisselend ingezet. Werknemer vordert loonbetaling op grond van de Horeca-cao.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het gaat in deze zaak om de vraag of werknemer op basis van artikel 8 lid 1 Waadi recht heeft op beloning conform de Horeca-cao. Hiertoe moet in de eerste plaats worden beoordeeld of de Waadi in dit geval van toepassing is. In dit kader moet worden vastgesteld of werknemer door werkgever aan het hotel ter beschikking is gesteld in de zin van artikel 1 lid 1 onder c Waadi. De vraag of sprake is van leiding en toezicht moet worden beantwoord aan de hand van de maatstaven die gelden bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een gezagsverhouding als bedoeld in artikel 7:610 BW. Dit is niet het geval, aldus de kantonrechter. Werknemer had namelijk zijn functioneringsgesprekken met werkgever gevoerd en niet met het hotel. Bovendien zijn alle nachtreceptionisten en toezichthouders in dienst van werkgever en niet bij het hotel zelf. Dit leidt ertoe dat het beroep van werknemer op artikel 8 lid 1 Waadi niet slaagt. De vorderingen van werknemer worden daarom afgewezen.