Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 17 november 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:10859
Feiten
C&K Personeel B.V. (hierna: C&K) is een uitzendbureau in de bouw. Werknemer is op 1 januari 2022 op basis van een arbeidsovereenkomst met een concurrentiebeding in dienst getreden bij C&K. De arbeidsovereenkomst tussen partijen is door middel van een vaststellingsovereenkomst met wederzijds goedvinden beëindigd per 12 augustus 2022. In artikel 7 van de vaststellingsovereenkomst is vermeld dat de in de arbeidsovereenkomst opgenomen en van toepassing zijnde bedingen, waaronder het non-concurrentiebeding, onverkort van toepassing blijven. Per 1 september 2022 is werknemer op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst getreden bij BNU Groep B.V. (hierna: BNU) te Berkel en Rodenrijs. BNU is een uitzendbureau in de bouw. In geding is of werknemer in strijd met het concurrentiebeding heeft gehandeld.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Partijen zijn het erover eens dat zij concurrenten zijn en dat BNU binnen een straal van 50km van C&K is gevestigd. Partijen zijn het er niet over eens of werknemer een soortgelijke functie uitoefent bij BNU. De kantonrechter is van oordeel dat het op dit moment onvoldoende duidelijk is dat werknemer het concurrentiebeding heeft overtreden. Uit wat C&K heeft aangevoerd zou kunnen worden afgeleid dat werknemer het concurrentiebeding, in ieder geval in de periode vanaf het einde van zijn dienstverband tot half september 2022, heeft overtreden, want werknemer gebruikte toen een visitekaartje met de functie 'Functie A' en hij heeft in die periode telefonisch contact opgenomen met meerdere klanten van C&K. Onduidelijk is echter of werknemer tijdens dit contact alleen afscheid heeft genomen van die klanten of dat hij BNU bij die klanten heeft geïntroduceerd en medewerkers van BNU aan de klanten heeft aangeboden. Werknemer heeft daarnaast een arbeidsovereenkomst van BNU overgelegd waarin staat dat hij per 1 september 2022 werkzaam is bij BNU als Functie A, en een verklaring overgelegd die dit onderschrijft. Om vast te stellen of werknemer werkzaam is in een soortgelijke functie bij BNU als bij C&K en het concurrentiebeding heeft overtreden, zal een nader feitenonderzoek (eventueel met bewijslevering door middel van bijvoorbeeld het horen van getuigen) nodig zijn. Een kortgedingprocedure leent zich echter niet voor nader onderzoek of bewijslevering. Dit betekent dat in deze procedure nog niet vooruitgelopen kan worden op het oordeel in de bodemprocedure. De vorderingen van C&K zullen daarom worden afgewezen.