Rechtspraak
Feiten
Het vermogen van werknemer is onder bewind gesteld. Werknemer is per 1 augustus 2017 bij werkgever in dienst gekomen. In de arbeidsovereenkomst zijn een geheimhoudings- en concurrentiebeding opgenomen. Op de arbeidsovereenkomst is de Cao Horeca van toepassing. Op 25 augustus 2017 heeft de bewindvoerder van werknemer een brief gestuurd met daarin mededeling van het bewind en van het rekeningnummer waarop het loon van werknemer moest worden overgemaakt. Werknemer heeft een Wajong-uitkering, waardoor de regeling van loondispensatie van toepassing was. Het percentage van het loon dat door werkgever werd betaald, bedroeg laatstelijk 30% van het overeengekomen loon. Op 20 december 2022 verschijnt werknemer niet op het werk. Op die datum is werkgever naar het woonadres van werknemer gegaan. Op 21 december 2022 heeft werknemer in een Whatsappbericht aan werkgever meegedeeld dat hij ontslag neemt. Werknemer is daarna gaan werken als maaltijdbezorger voor een ander bedrijf. Werkgever vordert vergoeding van het loon over de door werknemer niet in acht genomen opzegtermijn en werknemer te veroordelen de overtreding van het geheimhoudingsbeding en concurrentiebeding te stoppen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat werkgever niet-ontvankelijk is in zijn verzoek. De reden daarvoor is gelegen in het feit dat de goederen van werknemer onder bewind staan en dat de bewindvoerder niet als formele procespartij in het geding is opgeroepen. Een ander oordeel had kunnen volgen als werkgever voor aanvang van deze procedure niet met het bewind bekend was geweest. Een ander oordeel was ook mogelijk geweest als de bewindvoerder alsnog in de procedure was verschenen met de bedoeling om dit geding als formele procespartij over te nemen. De kantonrechter heeft in verband daarmee op 20 april 2023 een e-mailbericht aan partijen laten versturen waarin aan werkgever de instructie wordt gegeven om de bewindvoerder van de procedure in kennis te stellen en de bewindvoerder op te roepen voor de mondelinge behandeling van 26 april 2023, zodat de kantonrechter diens standpunt aangaande het overnemen van de procedure kan vernemen. Kort daarna bleek uit de nader overgelegde producties van werkgever dat hij al uit eigen beweging op 18 april 2023 een exploot met die inhoud aan de bewindvoerder heeft laten betekenen. De bewindvoerder is echter niet verschenen en heeft op geen enkele wijze van zich laten horen in deze procedure. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen dat de bewindvoerder als formele procespartij de procedure (en het gevoerde verweer) overneemt. Bij deze stand van zaken kan de kantonrechter niet anders beslissen dan dat werkgever niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek.