Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Pro Control Process Automation B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 30 augustus 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:8607
Geen sprake van dwaling bij het aangaan van de vaststellingsovereenkomst nu geen sprake is van onjuiste mededelingen of het verzwijgen van relevante informatie door de werkgever. De gevorderde verklaring voor recht (vernietiging vaststellingsovereenkomst) en de vordering tot doorbetaling van loon worden afgewezen.

Feiten

Pro Control Process Automation B.V. (hierna: Pro Control) heeft op 18 februari 2022, via een pro-forma-aanvraag, toestemming verzocht aan het UWV om de arbeidsovereenkomst van werknemer (werkzaam als salesmanager) op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen. Op 21 februari 2022 is werknemer meegedeeld dat sprake is van bedrijfseconomische redenen en heeft Pro Control een vaststellingsovereenkomst voorgesteld. Op 24 februari 2022 hebben partijen overeenstemming bereikt over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en op 28 februari 2022 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst ondertekend. In deze vaststellingsovereenkomst is overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst eindigt per 1 april 2022 en werknemer recht heeft op een transitievergoeding van € 24.000 bruto. Op 20 april 2022 is een andere werknemer bij Pro Control in dienst getreden. Om die reden heeft werknemer op 21 april 2022 verzocht de vaststellingsovereenkomst te herzien, waartoe Pro Control niet bereid was. Werknemer vordert dat de kantonrechter voor recht verklaart dat de vaststellingsovereenkomst tussen Pro Control en werknemer wordt vernietigd primair wegens bedrog subsidiair wegens dwaling en dat de rechtsverhouding tussen partijen wordt teruggebracht naar de staat waarin deze verkeerde voordat er overeenstemming was over de vaststellingsovereenkomst met veroordeling tot doorbetaling van loon vanaf 1 april 2022 en compensatie van het pensioen. 

Oordeel 

De kantonrechter oordeelt dat werknemer onvoldoende feiten heeft aangedragen om dwaling aan te nemen. Beslissend is of bij Pro Control op het moment van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst op 21 februari 2022 en het ondertekenen daarvan op 24 februari 2022 de intentie bestond om de andere werknemer in dienst te nemen. Werknemer heeft onvoldoende gesteld waaruit die intentie blijkt. De overgelegde Whatsapp-berichten bewijzen niet dat Pro Control op 24 februari 2022 de andere werknemer aan wilde nemen, nu Pro Control op 25 februari 2022 aan de – toen nog potentiële – werkneemster schrijft: ‘Ben nu effe druk (…) ik bel je morgen’, waarna de aanstaande werkneemster op 3 maart 2022 schrijft: ‘(…) het lijkt men een goed idee om sowieso even te meeten op korte termijn… ik heb wellicht een weg zodat Pro Control ILS weer als klant kan krijgen… geïnteresseerd?’. Dat de andere werkneemster haar arbeidsovereenkomst heeft opgezegd per 1 juli 2022 en Pro Control de voorkeur gaf aan de nieuwe werkneemster boven werknemer is een omstandigheid van na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst en kan dus niet aan de dwaling ten grondslag liggen. Verder stelt werknemer niet dat het ontslag van de andere werknemer bij bij Pro Control bekend was ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst of dat bij Pro Control op 24 februari 2022 concrete plannen bestonden om de andere werkneemster aan te nemen. De conclusie is dat het beroep op dwaling niet slaagt en er geen grond is om de vaststellingsovereenkomst te vernietigen; de overige vorderingen van werknemer worden afgewezen.