Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 4 maart 2024
ECLI:NL:RBOBR:2024:797
Feiten
Werknemer is sinds 2019 werkzaam bij Blokland Cold Stores (hierna: BCS). BCS verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege (primair) disfunctioneren van werknemer. Werknemer heeft de onbevoegdheid van de kantonrechter ingeroepen. Werknemer stelt – samengevat – dat de zaak slechts kan worden gebracht voor het gerecht van de lidstaat waar de werknemer zijn woonplaats heeft. Werknemer woont in een andere EU-lidstaat dan Nederland zodat de Nederlandse rechter niet bevoegd is kennis te nemen van het geschil. Partijen zijn geen forumkeuze overeengekomen en verweerder is niet verschenen in deze procedure. BCS heeft tegen het standpunt van werknemer verweer gevoerd dat – samengevat – strekt tot verwerping van het beroep. BCS stelt dat het opwerpen van een bevoegdheidsverweer in strijd is met de goede procesorde en de beginselen van voortvarendheid en doelmatigheid omdat het beroep geruime tijd is gedaan nadat het verzoekschrift is ingediend en werknemer heeft verzocht om de mondelinge behandeling te verplaatsen terwijl bekend was dat werknemer in een ander land woont. Verder voert BCS aan dat werknemer met zijn verzoek tot verplaatsing van de mondelinge behandeling in de procedure is verschenen zodat hij de bevoegdheid van de kantonrechter heeft erkend.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Omdat werknemer in het buitenland woont, heeft het geschil een internationaal karakter. Daarom moet de rechter ambtshalve onderzoeken of de Nederlandse rechter bevoegd is. In artikel 22 lid 1 EEX-Verordening (hierna: EEX) is bepaald dat een vordering van de werkgever slechts kan worden gebracht voor rechter in de lidstaat op het grondgebied waarvan de werknemer woonplaats heeft. Omdat werknemer ten tijde van het ontbindingsverzoek in een andere EU-lidstaat dan Nederland woont, is in beginsel slechts de rechter in de andere lidstaat bevoegd. Desondanks kan de Nederlandse rechter bij een door de werkgever geïnitieerde procedure in twee situaties alsnog rechtsmacht aannemen. Allereerst als een expliciete forumkeuze voor de Nederlandse rechter is gemaakt, hetgeen in deze zaak niet is gebeurd. Ook kan rechtsmacht worden aangenomen bij een stilzwijgende of impliciete forumkeuze door verschijning. De stilzwijgende forumkeuze is geregeld in artikel 26 lid 1 EEX. De bevoegdheidsgrond uit dit artikel geldt ook bij geschillen over arbeidsovereenkomsten en houdt in dat het gerecht waarvoor de verwerende partij – de werknemer – verschijnt bevoegd is, tenzij de verschijning ten doel heeft die bevoegdheid te betwisten. Een werknemer die in de procedure verschijnt en afziet van het inroepen van onbevoegdheid, geeft zijn bescherming uit hoofdstuk II, afdeling 5 van de EEX prijs. Door te verschijnen en de rechterlijke bevoegdheid niet te betwisten, aanvaart de verweerder eenzijdig en impliciet de bevoegdheid van een rechter die aanvankelijk geen rechtsmacht had. Op grond van artikel 26 lid 2 EEX dient de rechter zich ervan te vergewissen dat de verwerende partij op de hoogte is van haar recht de bevoegdheid te betwisten en van de gevolgen van al dan niet verschijnen. Als de verweerder verschijnt, is echter nog niet aan de vergewisplicht voldaan. Het moet de verweerder voldoende duidelijk zijn meegedeeld dat hij de mogelijkheid heeft om de bevoegdheid van de rechter te betwisten. Dat werknemer in onderhavig geval door een professionele gemachtigde wordt bijgestaan, is niet voldoende om ervan verzekerd te zijn dat hij daadwerkelijk is geïnformeerd over zijn recht om de bevoegdheid te betwisten en de gevolgen van al dan niet verschijnen. Het verzoek van (de gemachtigde van) werknemer tot verplaatsing van de mondelinge behandeling kwalificeert niet als stilzwijgende forumkeuze. Daaruit blijkt immers niet dat werknemer op de hoogte was van zijn recht om de bevoegdheid van de Nederlandse rechter te betwisten of dat hij afstand van dat recht heeft willen doen. Integendeel, werknemer heeft zich voorafgaand aan de mondelinge behandeling en het indienen van een verweerschrift op de onbevoegdheid van de Nederlandse rechter beroepen, zodat de bevoegdheidsgrond van artikel 26 lid 1 EEX niet opgaat. De conclusie is dat de kantonrechter Den Bosch niet bevoegd om kennis te nemen van de zaak.