Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Lelystad), 10 april 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:2107
Feiten
Werknemer had een arbeidsovereenkomst met werkgever. De kantonrechter van deze rechtbank heeft de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2014 ontbonden in een beschikking van 13 december 2013. Daarbij is bepaald dat werkgever aan werknemer een ontslagvergoeding van € 68.647 bruto moet betalen. Dit heeft werkgever niet gedaan. Op 6 mei 2014 is werkgever door de rechtbank op verzoek van werknemer in staat van faillissement verklaard. Werknemer is deze procedure gestart omdat hij vindt dat naast de rechtspersoon van werkgever tevens twee anderen (hierna: gedaagde 1 en gedaagde 2) (hoofdelijk) een nettobedrag van € 68.647,00 aan hem zouden moeten betalen. Volgens werknemer is gedaagde 2 tevens aansprakelijk, omdat zij zich gedurende het dienstverband ingrijpend heeft bemoeid met het beleid van werkgever.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De vordering die werknemer op gedaagden stelt te hebben verjaart door verloop van vijf jaar na aanvang van de dag volgende op die waarop de werknemer met zijn schade en de aansprakelijke persoon bekend is geworden op grond van artikel 3:310 BW. Volgens vaste rechtspraak begint de verjaringstermijn te lopen nadat de werknemer daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot vergoeding van de door hem geleden schade in te stellen. Daarvan zal sprake zijn als de werknemer voldoende zekerheid — die geen absolute zekerheid behoeft te zijn — heeft verkregen dat de schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van gedaagden. Voor het aanvangen van de verjaringstermijn is daadwerkelijke bekendheid met de juridische beoordeling van de feiten en omstandigheden die betrekking hebben op de schade en daarvoor aansprakelijke persoon niet vereist. Op het moment dat de beschikking van de kantonrechter van 13 december 2013 in kracht van gewijsde is gegaan, was werknemer bekend met zijn schade. Alle relevante feiten voor het vermeend onrechtmatig handelen van gedaagden hebben zich voorgedaan in de periode tot het faillissement van werkgever. Dat betekent dat werknemer in ieder geval op de hoogte was van de gestelde aansprakelijkheid van gedaagden op 6 mei 2014. Dat is meer dan tien jaar geleden. De gestelde vordering is derhalve verjaard en zal dan ook worden afgewezen.